NJB 2025/872
Omzetbelasting. Fiscale eenheid. Vrijstelling met subjectgebonden voorwaarden. Prejudiciële vragen.
HR 28-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:472
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Cools
- Zaaknummer
22/00711
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:472, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:388, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
- Wetingang
(art. 7 Wet OB 1968)
Essentie
Omzetbelasting. Fiscale eenheid. Vrijstelling met subjectgebonden voorwaarden. Prejudiciële vragen.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Vrijstelling met subjectgebonden voorwaarden
6.1
De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende vragen over de uitleg van het Unierecht te beantwoorden:
- 1.
Moet artikel 11 van BTW-richtlijn 2006 in samenhang gelezen met artikel 132, lid 1, letters b en g, van BTW-richtlijn 2006 aldus worden uitgelegd dat de hier bedoelde vrijstellingen slechts van toepassing zijn voor zover de in deze bepalingen bedoelde prestaties van de btw-groep jegens derden tegen vergoeding worden verricht door een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.