De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.8.2:6.8.2 Verplichte financiering van de kosten van het onderzoek
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.8.2
6.8.2 Verplichte financiering van de kosten van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere , datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652447:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ontwerp van de Staatscommissie tot herziening van het Wetboek van Koophandel, zie Belinfante 1890, p. 47 en p. 113-114.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in par. 6.5.3 en par. 7.2 vermeld kreeg de (toen nog) rechtbank in het Ontwerp van het Wetboek van Koophandel 1890 de vrijheid reeds bij de beschikking tot toewijzing van het enquêteverzoek de kosten van het onderzoek ten laste van bestuurders of commissarissen te brengen.1 In het Ontwerp 1910 verdween deze mogelijkheid.
De Ondernemingskamer verplicht bestuurders en commissarissen van de geënquêteerde rechtspersoon in voorkomende gevallen – Van Lier-Van der Lans, Hello Amsterdam en L’Étoile – niettemin de kosten van het onderzoek indirect te financieren. De Ondernemingskamer loopt daarmee vooruit op toepassing van art. 2:354 BW. Mijns inziens zou de Ondernemingskamer er goed aan doen art. 2:354 BW niet anticiperend toe te passen, nu slechts een gedegen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon kostenverhaal op grond van art. 2:354 BW rechtvaardigt. Zie hierover nader par. 7.4.6. Daarbij komt dat art. 2:350 lid 3 BW de Ondernemingskamer mijns inziens in beginsel geen ruimte laat voor verplichte financiering door bestuurders en commissarissen, waarover par. 6.4.3.