Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.3:VI.B.3. Geen specifieke overgangsregel voor de boedelberedderaar
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.3
VI.B.3. Geen specifieke overgangsregel voor de boedelberedderaar
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408215:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetgever hadook een specifieke overgangsregel kunnen maken voor de in de testamentenpraktijk veel gebruikte term boedelberedderaar. Dit is echter niet gebeurd. De wetgever heeft zoveel mogelijk gekozen voor de abstracte benadering. Voor executele vinden we een eigen algemene regel van overgangsrecht in art. 133 Ow en voor testamentair bewindeen soortgelijke regel in art. 134 Ow. Deze regels geven zoals hierboven opgemerkt echter geen kant en klare oplossing voor ons probleem. We raken derhalve verstrikt in het spanningsvelddat tussen twee hoofdbeginselen van erfrechtelijk overgangsrecht bestaat, te weten het beginsel van onmiddellijke werking van het nieuwe erfrecht en het beginsel dat erfrechtelijke begrippen uitgelegd dienen te worden naar de 'omstandigheden' waaronder het testeren heeft plaatsgevon-den.1 Een van die omstandigheden is dat het oude erfrecht gold. Het spanningsveld wordt derhalve nu in zoverre weer opgeheven doordat het uitlegbeginsel via art. 4:46 BW ook onmiddellijke werking krijgt. De 'omstandigheden' van destijds zijn onze houvast bij de overgangsrechtelijke uitleg.