Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.6.1
10.6.1 In de Bondsdag
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455287:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 7.10.
Gesetz zum Vertrag von Lissabon vom 13. Dezember 2007, BGBl. II 2008, nr. 27, p. 1038 (8 oktober 2008).
Gesetz zur Änderung des Grundgesetzes (Artikel 23, 45 und 93), BGBL. I 2008, nr. 45, p. 1926 (8 oktober 2008).
Gesetz über die Ausweitung und Stärkung der Rechte des Bundestages und des Bundesrates in Angelegenheiten der Europäischen Union, BT Drs. 16/8489. Al in 2005, na de totstandkoming van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (ook wel aangeduid als de Europese Grondwet), kwam nieuwe wetgeving over de rechten van de Bondsdag en de Bondsraad bij EU-aangelegenheden tot stand, die de wetten die hierover rond het Verdrag van Maastricht waren aangenomen, wijzigde (zie Gesetz über die Ausweitung und Stärkung der Rechte des Bundestages und des Bundesrates in Angelegenheiten der Europäischen Union, BGBl. I 2005, nr. 71, p. 3178 (17 november 2005)).
Het Verdrag van Lissabon had, zoals eerder naar voren kwam, geen grote gevolgen voor de EMU.1 De parlementaire behandeling daarvan bevat voor de Duitse omgang met het budgetrecht dan ook weinig relevante punten. Wel leidde die behandeling tot de totstandkoming van drie wetten. Allereerst kwam de goedkeuringswet bij het Verdrag van Lissabon tot stand, waarmee met het verdrag werd ingestemd.2 Daarnaast leidde het Verdrag van Lissabon, net als eerder het Verdrag van Maastricht, tot aanpassingen van het Grundgesetz.3 Tot slot stemden de Bondsdag en de Bondsraad in met een wet over hun rechten bij EU-aangelegenheden, die onder andere de eerdere wetgeving hierover wijzigde.4 Deze wet is echter voor inwerkingtreding ingehaald door het hierna te bespreken arrest van het Bundesverfassungsgericht over het Verdrag van Lissabon.
Het belang van het Verdrag van Lissabon voor de verhouding tussen het Duitse budgetrecht en Europese integratie is vooral gelegen in dit arrest van het Duitse constitutionele hof, meer dan in de parlementaire behandeling van dit verdrag. Hierin ging het Bundesverfassungsgericht, in navolging op de overweging uit het Maastricht-Urteil dat aan de Bondsdag voldoende significante bevoegdheden moeten toekomen, onder meer in op de vraag welke bevoegdheden dan op nationaal niveau zouden moeten blijven. De volgende paragraaf gaat nader in op dit arrest, waarin de drie voormelde wetten een rol spelen.