De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.1:6.3.1 Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.1
6.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250366:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook mijn eerdere bijdrage over dit onderwerp: Van Dooren 2015.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hieronder ga ik voor verschillende situaties na wat de gevolgen zijn van de vier genoemde duidingen van de 403-vordering.1 Allereerst ga ik in op het geval dat een crediteur afstand doet van zijn vordering op de 403-maatschappij (§ 6.3.2). Vervolgens onderzoek ik of de moedermaatschappij een beroep kan doen op een bepaling in de overeenkomst tussen de 403-maatschappij en de crediteur met betrekking tot het moment dat de 403-maatschappij haar verplichting moet nakomen. Daarna behandel ik de situaties dat de crediteur uitstel van betaling verleent aan de 403-maatschappij, dat de 403-maatschappij haar nakoming opschort en dat de vordering op de 403-maatschappij is verjaard (§ 6.3.3 en § 6.3.4). Voorts onderzoek ik of de moedermaatschappij al of niet subsidiair aansprakelijk is (§ 6.3.5), en tot slot wijs ik op de gevolgen van de verschillende duidingen met betrekking tot de cessie en de verpanding van de hoofd- en de 403-vordering (§ 6.3.6 en § 6.3.7).
Ik heb ervoor gekozen om juist bovenstaande situaties te onderzoeken omdat deze aansluiten bij de huidige jurisprudentie en de discussie in de literatuur met betrekking tot de duiding van de 403-vordering.