Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.1
4.1 Inleiding
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652483:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 8 januari 2015 (r.o. 3.25), JOR 2015/195, m.nt. J.M. Blanco Fernández (Stadig & Schreurs q.q./Lips).
Wel bevatten art. 2:276 lid 6 BW-A; art. 2:284 lid 2 BW-A; art. 2:255 lid 5 BW-BES; art. 2:276 lid 5 BW-SM; art. 2:276 lid 6 CBW overigens een met art. 2:357 lid 2 BW vergelijkbare bepaling. Zie ook Memorie van Toelichting Landsverordening invoering Boek 2 inzake in het rechtspersonenrecht (AB 1989 no GT 100), p. 105, waar wordt toegelicht dat met art. 2:276 lid 6 BW-A ook is gedacht aan de vaststelling van de bezoldiging van een door het Gem. Hof tijdelijk aangestelde bestuurder of commissaris. Vgl. verder art. 2:276 lid 5 BW-S (voorstel); art. 2:284 lid 2 BW-S (voorstel).
Zie hierover Faber 2020, p. 231 e.v., met verwijzingen.
Ingevolge art. 2:357 lid 4 BW kan de Ondernemingskamer aan degenen die zij tijdelijk aanstelt tot bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen, een beloning ten laste van de rechtspersoon toekennen. De beloning van OK-functionarissen omvat hun honorarium en onkosten, waaronder hun kosten van verweer in geval van (dreiging met) aansprakelijkstelling. In dit hoofdstuk bespreek ik de beloning van OK-functionarissen; de door OK-functionarissen gemaakte kosten van verweer staan centraal in hoofdstuk 5. Ik onderzoek waaruit de beloning van OK-functionarissen bestaat, hoe deze beloning wordt vastgesteld en op welke manier rekening en verantwoording van deze beloning plaatsvindt. De wettelijke regeling van de beloning van OK-functionarissen wijkt af van de wettelijke regeling van de kosten van het onderzoek, waarover hoofdstuk 2.
Hierna bespreek ik eerst de bevoegdheid van de Ondernemingskamer OK-functionarissen te benoemen bij onmiddellijke voorziening en eindvoorziening (par. 4.2), de toepasselijkheid van art. 2:357 lid 4 BW op bij onmiddellijke voorziening benoemde OK-functionarissen (par. 4.3) en de taak van OK-functionarissen (par. 4.4). Ik zet vervolgens de verschillende voor vergoeding in aanmerking komende kosten van OK-functionarissen uiteen (par. 4.5). De omgang met de beloning van OK-functionarissen verloopt doorgaans conform een vast procedé. Ik bespreek achtereenvolgens de vereiste toewijzingsbeschikking van de Ondernemingskamer (par. 4.6), de verplichting tot zekerheidstelling voor de financiering van de beloning van OK-functionarissen (par. 4.7), de vaststelling van de vergoeding van OK-functionarissen (par. 4.8) en de gevolgen van beroep in cassatie (par. 4.9). Hierna bespreek ik de verplichting van OK-functionarissen tot het afleggen van rekening en verantwoording (par. 4.10) en schenk ik kort aandacht aan de mogelijkheid van geschilbeslechting door de Ondernemingskamer over de beloning van OK-functionarissen (par. 4.11). Tenzij anders aangegeven, breng ik in dit hoofdstuk geen onderscheid aan tussen bij onmiddellijke voorziening en bij eindvoorziening benoemde OK-functionarissen.
Ik merk nog op dat art. 2:357 lid 4 BW ook analoge toepassing vindt buiten het enquêterecht.1 Hierover handelt dit hoofdstuk verder niet. In dit hoofdstuk gaat ook geen aandacht uit naar het enquêterecht van Aruba, de BES-eilanden, Curaçao, Sint Maarten en Suriname, nu de hier geldende enquêteregelingen geen specifieke bepalingen bevatten ten aanzien van de beloning van OK-functionarissen.2 Tot slot bespreek ik in dit hoofdstuk niet de gevolgen voor (de bezoldiging van) functionarissen die door de Ondernemingskamer worden geschorst of ontslagen.3