Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/11.3
11.3 Het principe van "issuer choice"
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577855:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. bijvb. Romano (1998), p. 2372-2373 en Choi/Guzman (1998), p. 916.
Romano (1998), p. 2373.
Choi/Guzman (1998), p. 916
Choi/Guzman (1998), p. 916-917.
Zie Choi/Guzman (1998), p. 916. Zij merken op dat 'for particular investors and issuers an optimal level of securities regulation exists. Investors and issuers will value all regulations whose value in terms of reducing informational asymmetries exceeds the expense such regulations impose on issuers' en vervolgens (p. 917) dat '[t]he returns on investment in the different regimes will adjust such that the supply of issues is equal to the demand under each regime.' Over het onderscheid tussen de uiteenlopende uitgangspunten van, enerzijds, Romano en, anderzijds, Choi/Guzman: Tung (2002), p. 1384-1385 en Tung (2004), p. 3-4 en p.12-13.
De kerngedachte van de "issuer choice" stroming is dat als uitvloeisel van de mogelijkheid voor beursvennootschappen om te kiezen welke publicatieverplichtingen op hen van toepassing zijn, tussen verschillende landen of staten een "regulatory competition" zal ontstaan in de vormgeving van de publicatieverplichtingen. Dit heeft tot gevolg dat de mate waarin verplichtingen voor beursvennootschappen tot stand worden gebracht om informatie te publiceren beter zullen aansluiten bij de wensen van zowel beursvennootschappen als investeerders. Dat geldt ook voor de wijze waarop dergelijk, eventuele, verplichtingen worden vormgegeven, aldus de aanhangers van de "issuer choice" stroming.1
Over de onderliggende reden(en) waarom deze "regulatory competition" zal leiden tot beter vormgegeven publicatieverplichtingen verschillen de tot deze stroming behorende auteurs, Romano enerzijds en Choi/Guzman anderzijds, onderling echter van mening. In de visie van Romano leidt "regulatory competition" op het terrein van de publicatieverplichtingen, tot een "race to the top" voor investeerders. Zij merkt op dat lijn a competitive regulatory system, undesirable mandatory policies cannot be maintained over time, because they are not enforceable: Firms will migrate to the regulatory regime that does not impose such mandates", waardoor "adoption of the market approach to securities regulation will weed out inefficiencies in the federal regime, by permitting capital market participants to establish a new regulatory equilibrium with a mix of enabling and mandatory provisions, if that is what investors prefer."2
Choi/Guzman nemen daarentegen het standpunt in dat in theorie "in a world in which all issuers and all investors are the same (meaning that all issuers present the same risk to investors and all investors have the same attitude toward risk), there can exist either a race-to-the-top or a race-to-the-bottom."3 Omdat, zoals zij opmerken, in de praktijk de risicoprofielen van beursvennootschappen en de mate van risico-aversie van investeerders echter uiteen zullen lopen, kan worden aangenomen dat "different issuers and investors will prefer different regimes."4 De, als gevolg van "issuer choice", te verwachten "regulatory competition" in de vormgeving van de publicatieverplichtingen zal leiden tot een grotere verscheidenheid in de vormgeving van publicatieverplichtingen tussen uiteenlopende landen. Die grotere verscheidenheid leidt ten slotte tot een optimalisering van de (vormgeving van de) publicatieverplichtingen voor afzonderlijke beursvennootschappen en investeerders.5