V-N 2024/50.11
Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM volgens A-G niet in strijd met discriminatieverbod
HR (Parket) 25-10-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1140, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
25 oktober 2024
- Zaaknummer
24/00575
24/01942
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS986209:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:311, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:HR:2025:156, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:HR:2025:46, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1118, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1140, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1141, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel meent dat de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM niet in strijd is met het discriminatieverbod.
Samenvatting
In een BPM-procedure kent Hof Den Haag ten onrechte geen proceskostenvergoeding toe voor de indiening van het incidentele hoger beroep. X klaagt daarover in cassatie en de staatssecretaris geeft hem daarin gelijk. Als de Hoge Raad het cassatieberoep inderdaad gegrond verklaart ontstaat recht op een proceskostenvergoeding volgens de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM. De gewone uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voortvloeiende proceskostenvergoeding moet volgens deze wet worden vermenigvuldigd met 0,25 als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.