De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.3.5.2:6.3.5.2 Centraal examen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.3.5.2
6.3.5.2 Centraal examen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949699:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2, tweede lid, van de Wet College voor toetsen en examens.
Artikel 27 van het Besluit eindexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. (Stb. 1970, 51) en artikel 3.21 en 3.24 van het Uitvoeringsbesluit Wvo 2020.
Artikel 3.22 en 3.23 van het Uitvoeringsbesluit Wvo 2020.
Artikel 42, eerste lid van het Besluit eindexamens v.w.o.-h.a.v.o.- m.a.v.o-v.b.o. (Stb. 2008, 121) en 3.25, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wvo 2020.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eindexamen bestaat naast het schoolexamen – voor de meeste vakken – ook uit een centraal examen. Dit examen werd vroeger ook wel het schriftelijk examen genoemd. Het centraal examen wordt opgesteld door het College voor toetsen en examens (CvTE) en wordt, net als het schoolexamen, afgenomen door het bevoegd gezag van de school. Hiervoor dienen de opgaven en beoordelingsnormen gebruikt te worden die zijn opgesteld door het CvTE.
De taak om onder andere het centraal examen op te stellen is in 2009 toegekend aan het CvTE.1 Het CvTE is een zelfstandig bestuursorgaan. Hiermee beoogde de wetgever dat de maatschappelijke betrokkenheid bij de examens beter tot uiting kon komen.2 De leden van het CvTE zouden voorgedragen moeten worden door representatieve onderwijsorganisaties. Het CvTE valt als zelfstandig bestuursorgaan niet onder het gezag van de minister van OCW. Hier is door de wetgever voor gekozen omdat voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de examens een mate van onafhankelijkheid van politieke inmenging noodzakelijk zou zijn.3 Het opstellen van beoordelingsnormen voor een bepaalde examenvraag is volgens de wetgever de taak van onafhankelijke deskundigen waarover geen politiek oordeel geveld zou moeten worden.4 De minister blijft wel verantwoordelijk voor de kwaliteit en de inhoud van het centraal examen middels het vaststellen van het examenprogramma.
Hoewel het centraal examen en de beoordelingsnormen worden opgesteld door het CvTE, wordt het centraal examen van oudsher beoordeeld door een examinator afkomstig van de betreffende school en een gecommitteerde.5 De gecommitteerde is een examinator afkomstig van een andere school voor voortgezet onderwijs die is gekoppeld aan de school waaraan het centraal examen is afgenomen.6 Het centraal examen dient zo spoedig mogelijk beoordeeld te worden door de examinator van de school. Vervolgens wordt het examen door de directeur toegezonden aan de gecommitteerde. Hij dient eveneens zo spoedig mogelijk het centraal examen na te kijken en te beoordelen met een cijfer.
De score van het centraal examen wordt in overleg tussen de examinator en de gecommitteerde vastgesteld. Tot 2008 werd het cijfer gevormd uit het gemiddelde van het cijfer van de examinator en de gecommitteerde als zij niet tot overeenstemming konden komen. In 2008 is bepaald dat een geschil over de vaststelling van de score van het centraal examen voorgelegd moet worden aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde.7 Dit bevoegd gezag kan over dit geschil in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien de bevoegde gezagen niet tot overeenstemming komen dient het geschil voorgelegd te worden aan de Inspectie. De Inspectie kan vervolgens een derde onafhankelijke corrector inschakelen die een definitieve score voor het betreffende centraal examen vaststelt.