Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.4.2.3.3:7.4.2.3.3 Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG., C-299/90 – Bemiddeling van een inkoopagent als verkoop voor uitvoer?
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.4.2.3.3
7.4.2.3.3 Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG., C-299/90 – Bemiddeling van een inkoopagent als verkoop voor uitvoer?
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258713:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gebr. Hepp Gmbh & Co. KG (Hepp) is een in Duitsland gevestigde vennootschap die voor de invoer van goederen gebruik maakte van de diensten van Novimex Fashion Ltd. (Novimex), een in Zwitserland gevestigde vennootschap. Novimex werd op de invoeraangiften door Hepp opgenomen in de rubriek verkoper. Novimex kocht de goederen in eigen naam en voor rekening van Hepp in van een Koreaanse onderneming, waarna ze tegen een inkoopcommissie van 6-7% plus vergoeding van de gedane uitgaven aan Hepp werden doorgeleverd. De transactieprijs tussen de Koreaanse onderneming en Novimex enerzijds en de commissie anderzijds werden op twee aparte facturen aan Hepp in rekening gebracht. Voor de douaneaangifte werd alleen de factuur ten aanzien van de overeengekomen transactieprijs overhandigd en werd de factuur ten aanzien van de betaalde commissie achterwege gelaten.
De eerste prejudiciële vraag is in dit kader relevant en omvat in wezen de vraag welke transactie als verkoop voor uitvoer in aanmerking genomen moet worden. Het Duitse standpunt in dezen is dat zowel de overeenkomst tussen de Koreaanse onderneming en Noximex (als agent) als ook de overeenkomst tussen Novimex en Hepp als verkoop voor uitvoer beschouwd kunnen worden. Het Hof van Justitie verwerpt deze stelling en herinnert eraan dat de douanewaarde moet worden vastgesteld op basis van een billijk, uniform en neutraal systeem voor de bepaling van de douanewaarde op te zetten, waarbij het gebruik van willekeurig vastgestelde of fictieve douanewaarden wordt uitgesloten. Op basis daarvan stelt het Hof van Justitie dat (r.o. 13):
Dit doel, dat beantwoordt aan de eisen van de handelspraktijk, wordt niet bereikt wanneer geen rekening wordt gehouden met de werkelijke functie van een inkoopcommissionair. Daar een dergelijke agent handelt voor rekening van de importeur, treedt hij bij de koop van de goederen enkel op als vertegenwoordiger en draagt hij niet de financiële risico's die aan de koop verbonden zijn. Zelfs wanneer hij in eigen naam optreedt, blijft zijn rol beperkt tot zijn tussenkomst als indirect vertegenwoordiger bij een koopovereenkomst die in wezen tussen zijn opdrachtgever en de leverancier wordt gesloten.
Het Hof van Justitie geeft op basis van deze overweging aan dat voor de vaststelling van de douanewaarde moet worden uitgegaan van de transactie tussen de Koreaanse onderneming (de leverancier) en Hepp (de importeur), omdat Hepp, en niet Novimex (de agent), het financiële risico draagt. De invulling van het begrip verkoop is getuige dit arrest nauw verbonden met de overdracht van het financiële risico over de goederen. Net als in het arrest Ioannis Christodoulou e.a. tegen Elliniko Dimosio is het voorts voor de toetsing of sprake is van een verkoop in douanerechtelijke zin, wederom van belang dat alle feiten en omstandigheden worden meegewogen en niet alleen wordt gekeken naar de ‘papieren werkelijkheid’.