Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.5:10.5 Bananenmarkt
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.5
10.5 Bananenmarkt
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455286:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BVerfGE 102, 147 (7 juni 2000), JZ 2000, p. 1157 m.nt. Classen. Zie hierover ook onder meer: Everling 1996; Mayer 2000; Hoffmeister 2001.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toetsing van het Verdrag van Maastricht aan het Grundgesetz in het Maastricht-Urteil riep de vraag op in hoeverre de beslissing van het Bundesverfassungsgericht in Solange II nog onverkort van toepassing was. In het Maastricht-Urteil toetste het Hof immers Unierecht aan het Grundgesetz, terwijl het Hof in Solange II had overwogen van deze toetsingsbevoegdheid van (secundair) Unierecht aan de Duitse Grondwet geen gebruik meer te maken, voor zover het grondrechten betrof.
In de zogenoemde Bananenmarktzaak, waarover het Bundesverfassungsgericht zich op 7 juni 2000 uitsprak, bevestigde het Hof de in Solange II ingezette jurisprudentielijn.1 Het voegde daaraan toe dat het pas weer aan zet is als de bescherming van grondrechten op Europees niveau vermindert. Een klager moet, zo oordeelde het Hof, aantonen dat de bescherming van grondrechten op Europees niveau in het algemeen onder de bescherming van de Duitse Grondwet zakt, wil het Hof gebruikmaken van zijn bevoegdheid om secundair Unierecht te toetsen aan de grondrechten uit het Grundgesetz. Hiermee werd de toetsing van (secundair) Unierecht door het Bundesverfassungsgericht aan grondrechten uit het Grundgesetz nog minder waarschijnlijk. Voor toetsing van het Unierecht aan andere bepalingen uit het Grundgesetz, zoals het democratiebeginsel, gold dat echter niet.