Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.3.1:1.3.1 Aandelen
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.3.1
1.3.1 Aandelen
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS454163:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij een BV zijn bewijsstukken van aandelen op grond van art. 2:175, tweede lid, BW niet toegestaan.
Vgl. Resolutie staatssecretaris van Financiën d.d. 23 maart 1962, nr. B2/3678, BNB 1962/207; Hof's-Gravenhage 17 november 1970, BNB 1971/225, hetzelfde Hof 1 mei 1980, BNB 1981/214 en hetzelfde hof 3 juni 1987, BNB 1989/30. Zie tevens HR 18 januari 1933, B. 5353 en HR 14 maart 1979, BNB 1979/167.
I.J.F.A. van Vijfeijken, Inkomsten uit aandelen, Fed fiscale brochures, blz. 25, Fed, Deventer, 1994.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze studie wordt onder een aandeel verstaan de, al dan niet in een schriftelijk stuk (aandeelbewijs) belichaamde1, aanspraak op een evenredig deel van het vermogen van vennootschappen welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld of hiermee fiscaal als gelijk te beschouwen doelvermogens. Het centrale criterium is hierin gelegen dat van een aandeel sprake is, indien de winst van een vennootschap niet rechtstreeks wordt toegerekend aan de gerechtigden, maar aanwast op het aandeel, welke aangroei eerst aan de houde^rs) van het aandeel ter beschikking kan worden gesteld na een beslissing van een terzake bevoegd orgaan van de vennootschap. Veelal is tevens kenmerkend dat de aandelen vrijelijk kunnen worden vervreemd aan derden zonder voorafgaande toestemming van de overige participanten en/of de vennootschap. Blijkens art. 44a Wet IB wordt onder het begrip 'aandeel' tevens begrepen de bewijzen van deelgerechtigdheid in binnenlandse of buitenlandse fondsen voor gemene rekening als omschreven in art. 2, tweede lid, Wet Vpb., de zgn. open beleggingsfondsen. Tevens worden op grond van deze bepaling bewijzen van deelgerechtigdheid in buiten Nederland gevestigde besloten fondsen met aandelen gelijkgesteld. Evenals het aandeel behoeven dergelijke bewijzen van deelgerechtigdheid niet in een schriftelijk stuk te zijn belichaamd. Verder verstaat art. 2, derde lid, onderdeel f, AWR onder het begrip 'aandeel' mede de deelgerechtigdheid van een commanditaire vennoot in een open commanditaire vennootschap. In het vervolg van deze studie wordt eenvoudshalve steeds gesproken over 'aandeel' of 'aandelen', maar worden daaronder tevens voormelde bewijzen van deelgerechtigdheid begrepen.
Certificaten van aandelen kunnen in economische zin met de onderliggende aandelen worden vereenzelvigd. Door certificering van de aandelen zijn de uit het aandelenbezit voortvloeiende zeggenschapsrechten gescheiden van de gerechtigdheid tot (een deel van) het vermogen van de vennootschap. Aangezien het in de belastingheffing veelal gaat om de economische gerechtigdheid en in mindere mate om de juridische zeggenschap, worden voor het vervolg van deze studie certificaten van aandelen zoveel mogelijk gelijkgesteld met de onderliggende aandelen.2 Voorzover dit anders ligt, wordt dit nadrukkelijk vermeld; zoals hierna nog zal blijken, is dit met name het geval met betrekking tot de aanmerkelijkbelangregeling.
Winstbewijzen, prioriteitsbewijzen, oprichtersbewijzen en amortisatie- of res-tantbewijzen zijn verhandelbare bewijzen die recht geven op een uitkering in de winst van een vennootschap, maar niet op een aandeel in het kapitaal.3 Zij ontberen derhalve de aan aandelen in een vennootschap verbonden andere rechten dan een aandeel in de winst, zoals in het bijzonder de zeggenschapsrechten. Een winstbewijs dat wordt toegekend aan de oprichter van een vennootschap wordt wel een oprichtersbewijs genoemd. Aan een prioriteitsbewijs zijn bijzondere rechten verbonden, bijvoorbeeld inzake benoemingen. Van een amortisatie- of restantbewijs is sprake wanneer een aandeelhouder of schuldeiser heeft toegestemd in een vermindering van het op zijn aandeel gestorte kapitaal of van zijn vordering, en hem als tegenprestatie een winstbewijs is toegekend. Dit recht is vaak aan een maximum gebonden. In het vervolg van onderhavige studie wordt steeds over 'winstbewijs' of 'winstbewijzen' gesproken, maar daaronder worden dan tevens de hiervoor genoemde prioriteitsbewijzen, oprichtersbewijzen en amortisatie- of restantbewijzen begrepen.