RI 2023/105
De rechtsvraag die hier centraal staat is of rente over de periode na faillietverklaring verifieerbaar is in faillissement (in weerwil van art. 128 Fw) (en in het verlengde daarvan: of uitsluitend een natuurlijke verbintenis resteert ter zake van die rente na homologatie van een akkoord).
Rb. Oost-Brabant 10-05-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5062
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
10 mei 2023
- Magistraten
Mr. L.S. Frakes
- Zaaknummer
C/01/3 79045 / HA ZA 22-077
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS936453:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2023:5062, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 10‑05‑2023
ECLI:NL:RBOBR:2023:5061, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 17‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Verifieerbaarheid rentevordering in faillissementsakkoord. Prejudiciële vragen.
De rechtsvraag die hier centraal staat is of rente over de periode na faillietverklaring verifieerbaar is in faillissement (in weerwil van art. 128 Fw) (en in het verlengde daarvan: of uitsluitend een natuurlijke verbintenis resteert ter zake van die rente na homologatie van een akkoord).
Samenvatting
Ter beantwoording van de rechtsvraag heeft de rechtbank de volgende prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad: