V-N 2016/29.9
Douaneschuld bij onttrekking als goederen niet zijn aangebracht en bescheiden niet worden overgelegd
HR 15-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:649, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 april 2016
- Magistraten
Overgaauw, Van Vliet, Punt, Van Kalmthout, Van Hilten
- Zaaknummer
12/05479
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS923730:1
- Vakgebied(en)
Douane (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:649, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑04‑2016
ECLI:NL:HR:2014:1373, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑06‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑06‑2014
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van art. 203 lid 1 CDW een douaneschuld is ontstaan. De onderhavige goederen zijn namelijk aan het douanetoezicht onttrokken, doordat ze niet zijn aangebracht bij een kantoor van bestemming.
Samenvatting
B&S Global Transit Center bv (B&S bv) doet elektronisch aangifte tot plaatsing van goederen onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer. Als de noodzakelijke terugzendingsexemplaren dan wel de elektronische terugmeldingen van de kantoren van bestemming niet worden ontvangen, reikt de inspecteur uitnodigingen tot betaling van douanerechten en btw uit aan B&S bv. Volgens de inspecteur kan de regeling extern communautair ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.