25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/52.7:52.7 Conclusie
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/52.7
52.7 Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. dr. A.T. Marseille, mr. M. Wever, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. A.T. Marseille, mr. M. Wever
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. L. van der Velden, C.C.J.M. Koetsenruijter & M.C. Euwema, Prettig contact met de overheid 2, Den Haag: Ministerie van BZK 2010, https://prettigcontactmetdeoverheid.net/bibliotheek/376.
Zie bijv. Wever 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bezwaarprocedure is bedoeld als snelle, informele en oplossingsgerichte procedure. Die belofte is de afgelopen 25 jaar lang niet altijd waargemaakt. In hoeverre heeft de wetgever de gebreken in het functioneren van de bezwaarprocedure aangegrepen om die regeling van incentives te voorzien ten einde de praktijk van bezwaarbehandeling dichter in de buurt van het ideaal van de wetgever te brengen?
De wijzigingen van de artikelen 7:3 en 7:10 Awb vormen eerder een negatieve dan een positieve incentive voor een effectieve bezwaarbehandeling. Ze bieden volop ruimte aan bestuursorganen die de aandacht voor het behandelen van bezwaren liever extensiveren dan intensiveren De antwoordkaartmethode (artikel 7:3a Awb) dient enkel de efficiencybelangen van bestuursorganen, te meer omdat toepassing van die methode niet is geclausuleerd: noch de inhoud van een bezwaarschrift, noch de potentiële toegevoegde waarde van een hoorzitting vormen een beperking voor het gebruik van de antwoordkaartmethode. De verlenging van de beslistermijn (artikel 7:10 Awb) heeft de behandeling van bezwaren niet dichterbij het ideaal van de wetgever gebracht, integendeel. Met de wijziging heeft de wetgever zich neergelegd bij de praktijk dat voor de behandeling van bezwaren veel meer tijd wordt genomen dan de zes weken die er oorspronkelijk voor waren voorzien.
Dan de regeling van de proceskostenvergoeding (artikel 7:15 Awb) en prorogatie (artikel 7:1a Awb). Weliswaar zijn die niet te beschouwen als incentive om bezwaarbehandeling sneller, informeler en oplossingsgerichter te laten verlopen, maar ze doen evenmin afbreuk aan dat ideaal. De sobere regeling over de vergoeding van proceskosten en het beperkte gebruik van de mogelijkheid van prorogatie betekenen dat de invloed van deze wetswijzigingen op het functioneren van de procedure in de praktijk – in positieve of negatieve zin – beperkt is gebleven.
De enige door ons besproken wijziging aan hoofdstuk 7 Awb die duidelijk wel een incentive voor een snelle, informele en oplossingsgerichte bezwaarprocedure zou kunnen vormen, betreft de inspanningsverplichting voor het bestuursorgaan om bij de behandeling van bezwaren zo veel mogelijk te streven naar een minnelijke oplossing. Het is tevens de enige van de vijf bepalingen die nog niet in de Awb is opgenomen.
De balans is al met al negatief. Dat doet er niet aan af dat (met name de afgelopen tien jaar) bestuursorganen op allerlei manieren gebruik hebben gemaakt van de onverminderd grote speelruimte die de regeling van de bezwaarprocedure biedt om de praktijk van bezwaarbehandeling meer in de buurt bij de idealen van de wetgever te brengen. Gedacht kan worden aan de initiatieven die zijn ontplooid onder de noemer van Prettig Contact met de Overheid.1 Echter, implementatie van de door dat programma bepleite oplossingsgerichte werkwijze is afhankelijk van een vrije keuze van bestuursorganen. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de informele aanpak bij bezwaarbehandeling weliswaar door veel bestuursorganen met de mond wordt beleden, maar in veel mindere mate stelselmatig in de praktijk wordt gebracht.2 Als steun in de rug voor bestuursorganen die op de drempel staan om woorden in daden om te zetten (en als aanmoediging voor bestuursorganen die daar nog niet zijn aanbeland) is een bepaling die bestuursorganen aanspoort de bezwaarprocedure te benutten voor het zoeken naar een vergelijk met de bezwaarmaker meer dan welkom. Het zou moeten kunnen voordat we aan het zesde lustrum van de Awb toe zijn.