Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/17.3:17.3 Openbaar onderwijs
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/17.3
17.3 Openbaar onderwijs
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS455211:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 1916/17, 29e vergadering, p. 620; Handelingen II 1916/17, 31e vergadering, p. 665.
EHRM 7 december 1976, ECHR Series A, Vol. 23 (Kjelden, Busk Madsen and Pedersen), p. 25.
EHRM 29 juni 2007, nr 15472/02 (Folgero and others v Norway).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De term godsdienst komt in artikel 23 Grondwet enkel voor in lid 3. Godsdienst heeft daarin, conform de Grondwet van 1848, betrekking op de zorgplicht van de overheid om het openbaar onderwijs te organiseren met eerbiediging van ieders godsdienst en levensovertuiging. Lid 3 beoogt daarmee niet zozeer de vrijheid van godsdienst van de school te garanderen maar de vrijheid van godsdienst van het individu (de leerling of ouders van de leerling) ten opzichte van de openbare school en in algemene zin ten opzichte van de overheid.1 We kunnen stellen dat uit artikel 23 lid 3 Grondwet een neutraliteitsgebod volgt. De openbare scholen dienen ieders godsdienstige of levensbeschouwelijke gevoelens te eerbiedigen door neutraal onderwijs aan te bieden. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 23 lid 3 kunnen we niet opmaken wat onder godsdienst of levensovertuiging dient te worden verstaan. In de wetsgeschiedenis werd vooral gediscussieerd over de vraag wanneer er sprake is van eerbiediging van godsdienstige gevoelens, met andere woorden, wanneer er sprake is van neutraliteit.2
Uit artikel 2 Eerste protocol EVRM volgt dat de staat bij het aanbieden van openbaar onderwijs de religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen van de ouders van het kind eerbiedigt. In de EHRM-jurisprudentie treffen we een vergelijkbare norm aan als in artikel 23 lid 3 Grondwet is opgenomen.3 Zo stelt het EHRM dat de staat ervoor dient te zorgen dat het curriculum in het onderwijs en de wijze waarop dit curriculum wordt aangeboden, objectief, neutraal en pluralistisch van aard is.4