Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/49/EU inzake de depositogarantiestelsels
Artikel 14 Samenwerking binnen de Unie
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat de depositogarantiestelsels dekking bieden aan:
- a)
deposanten bij bijkantoren die door hun aangesloten kredietinstellingen in andere lidstaten zijn opgericht, en
- b)
deposanten bij hun aangesloten kredietinstellingen die gebruikmaken van het recht tot het vrij verrichten van diensten als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU, indien die deposanten in een andere lidstaat van die diensten gebruikmaken.
2.
Deposanten bij bijkantoren die zijn opgericht door kredietinstellingen in een andere lidstaat worden terugbetaald door een depositogarantiestelsel in de lidstaat van ontvangst namens het depositogarantiestelsel in de lidstaat van herkomst. Het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst verricht de terugbetalingen volgens de instructies van het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst. Het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst is in het geheel niet aansprakelijk voor wat betreft handelingen die worden verricht volgens de instructies van het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst. Het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst verstrekt de nodige financiering voordat tot uitbetaling wordt overgegaan en vergoedt de kosten die het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst heeft gemaakt.
Voorts verstrekt het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst de betrokken deposanten namens het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst informatie en is het gerechtigd de correspondentie van deze deposanten namens het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst in ontvangst te nemen.
In afwijking van de eerste alinea zorgen de lidstaten ervoor dat een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst kan besluiten om deposanten bij bijkantoren in een andere lidstaat rechtstreeks terug te betalen indien al het volgende van toepassing is:
- i)
de administratieve lasten en kosten van een dergelijke terugbetaling zijn lager dan de terugbetaling door een depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst;
- ii)
het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst zorgt ervoor dat de deposanten er niet slechter aan toe zijn dan indien de terugbetaling zou hebben plaatsgevonden overeenkomstig de eerste alinea;
- iii)
de terugbetaling gebeurt in dezelfde valuta als het geval zou zijn geweest indien deze overeenkomstig de eerste alinea had plaatsgevonden.
2 bis.
De lidstaten zorgen ervoor dat een depositogarantiestelsel van een lidstaat van ontvangst, mits er een overeenkomst is met een depositogarantiestelsel van een lidstaat van herkomst, kan fungeren als contactpunt voor deposanten bij kredietinstellingen die gebruikmaken van het recht tot het vrij verrichten van diensten als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU, en dat het van het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst een vergoeding krijgt voor de gemaakte kosten.
2 ter.
Indien lid 2 van toepassing is, zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst en het depositogarantiestelsel van de betrokken lidstaat van ontvangst overeenstemming hebben bereikt over de uitbetalingsvoorwaarden, waaronder over de vergoeding van eventuele kosten, het contactpunt voor deposanten, het tijdschema en de betalingsmethode.
2 quater.
Indien lid 2 of lid 2 bis van toepassing is, verstrekt het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst informatie over:
- a)
het aantal deposanten bij bijkantoren die door zijn aangesloten kredietinstellingen in die lidstaat van ontvangst zijn opgericht, het bedrag aan gedekte deposito's bij die bijkantoren en alle relevante wijzigingen daarvan;
- b)
het aantal deposanten bij zijn aangesloten kredietinstellingen die gebruikmaken van het recht tot het vrij verrichten van diensten als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU, indien deze deposanten in die lidstaat van ontvangst van deze diensten gebruikmaken, en over het totale bedrag aan gedekte deposito's van die deposanten en alle relevante wijzigingen daarvan.
3.
De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling niet langer deelneemt aan een depositogarantiestelsel en zich aansluit bij een ander depositogarantiestelsel, of indien sommige activiteiten van de kredietinstelling worden overgedragen aan een ander depositogarantiestelsel, het oorspronkelijke depositogarantiestelsel aan het ontvangende depositogarantiestelsel de bijdragen overdraagt die verschuldigd zijn gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan de wijziging van de deelneming aan een depositogarantiestelsel of aan de overdracht van activiteiten, een en ander in verhouding tot het bedrag van de overgedragen gedekte deposito's, met uitzondering van de buitengewone bijdragen als bedoeld in artikel 10, lid 8.
3 bis.
Voor de toepassing van lid 3 zorgen de lidstaten ervoor dat het oorspronkelijke depositogarantiestelsel, op verzoek van het ontvangende depositogarantiestelsel, het in dat lid bedoelde bedrag binnen één maand na dat verzoek overdraagt.
4.
De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels van de lidstaat van herkomst in artikel 4, leden 7 en 10, en artikel 16 bis, leden 1 en 2, bedoelde informatie uitwisselen met de depositogarantiestelsels in de lidstaten van ontvangst. Daarbij zijn de in artikel 4, lid 11, gestelde beperkingen van toepassing.
Indien een kredietinstelling voornemens is overeenkomstig deze richtlijn van het ene naar het andere depositogarantiestelsel over te stappen, geeft zij ten minste zes maanden van tevoren kennis van dat voornemen. Tijdens die periode blijft de kredietinstelling verplicht tot betaling, van zowel de ex ante bijdragen als de ex post bijdragen aan haar oorspronkelijke depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 10.
5.
Om effectieve samenwerking tussen depositogarantiestelsels te bevorderen, en zulks met name met het oog op het onderhavige artikel en op artikel 12, sluiten de depositogarantiestelsels of, voor zover passend, de aangewezen autoriteiten schriftelijke samenwerkingsovereenkomsten. In die overeenkomsten wordt rekening gehouden met de in van artikel 4, lid 9, vastgelegde vereisten.
De aangewezen autoriteit stelt de EBA in kennis van het bestaan en de inhoud van dergelijke overeenkomsten, en de EBA kan overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 advies daarover verstrekken. Indien de aangewezen autoriteiten of de depositogarantiestelsels geen overstemming kunnen bereiken of indien er een geschil bestaat over de interpretatie van een overeenkomst, kan elke partij overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de zaak aan de EBA voorleggen, en de EBA handelt dan overeenkomstig dat artikel.
Het ontbreken van dergelijke overeenkomsten heeft geen gevolgen voor de vorderingen van deposanten krachtens artikel 9, lid 1, of van kredietinstellingen krachtens lid 3 van het onderhavige artikel.
6.
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er passende procedures bestaan om depositogarantiestelsels in staat te stellen informatie te delen en doeltreffend te communiceren met andere depositogarantiestelsels, hun aangesloten kredietinstellingen en de betrokken bevoegde en aangewezen autoriteiten binnen hun eigen jurisdictie en, waar van toepassing, grensoverschrijdend met andere organen.
7.
De EBA en de bevoegde en de aangewezen autoriteiten werken onderling samen en oefenen hun bevoegdheden uit overeenkomstig het bepaalde in de onderhavige richtlijn en in Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Uiterlijk op 3 juli 2015 stellen de lidstaten de Commissie en de EBA in kennis van de identiteit van hun aangewezen autoriteit.
8.
De EBA werkt met het bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad (1) ingestelde Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) samen aan systeemrisicoanalyse in verband met depositogarantiestelsels.
9.
Uiterlijk op 11 mei 2028 vaardigt de EBA richtsnoeren uit over de respectieve rollen van de depositogarantiestelsels van de lidstaten van herkomst en van ontvangst, zoals bedoeld in lid 2, met inbegrip van een lijst van omstandigheden en voorwaarden waaronder een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst deposanten bij bijkantoren in een andere lidstaat kan terugbetalen zoals bepaald in lid 2, derde alinea.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).