De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/23.3:23.3 Art. 3:317 BW; de aan de mededeling te stellen eisen
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/23.3
23.3 Art. 3:317 BW; de aan de mededeling te stellen eisen
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS366524:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor1 werd de Hoge Raad geciteerd inzake de vraag wanneer een schriftelijke uiting een mededeling in de zin van art. 3:317 BW is. Na de uitspraak waaruit dat citaat stamt, heeft hij een arrest gewezen2 dat aanleiding geeft te veronderstellen dat bij de uitleg van de schriftelijke mededeling in de zin van art. 3:317 BW de Haviltex-maatstaf geldt. Ondanks die weinig formalistische benadering van de Hoge Raad is het aan te bevelen in de stuitingsbrief zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de tekst van de wet. Het lijkt zelfs verstandig expliciet te verwijzen naar art. 3:317 BW.
De reden hiervoor is dat een blik op de lagere rechtspraak de indruk wekt dat feitenrechters soms geneigd zijn de stuitingshandeling veel enger uit te leggen dan de Hoge Raad. In het tweede deel van dit boek gaf ik hiervan vijf voorbeelden.3 Zie ook overigens meer in detail over de uitleg van art. 3:317 BW het tweede deel van dit boek.4