Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/8.3.1:8.3.1 Gebruik van term ‘kerkelijke instellingen’
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/8.3.1
8.3.1 Gebruik van term ‘kerkelijke instellingen’
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633606:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de bijlage bij de antwoorden van Mei 2019 en Augustus 2019.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot 2010 maakte de term ‘kerkelijke instellingen’ als een van de anbi-vormen (evenals onder meer levensbeschouwelijke, culturele en wetenschappelijke instellingen) expliciet deel uit van de wettelijke anbi-definitie. Met ingang van 1 januari 2010 is deze term (evenals de eerdergenoemde termen als levensbeschouwelijke, culturele en wetenschappelijke instellingen) niet meer opgenomen in de wettelijke anbi-definitie, omdat ook deze instellingen moesten voldoen aan de anbi-vereisten – met inbegrip van het 90%-criterium – en voortaan daaraan inhoudelijk getoetst zouden worden. Desondanks komt de term ‘kerkelijke instellingen’ nadien nog steeds voor in parlementaire stukken, jurisprudentie en in correspondentie van het anbi-team,1 als op religieuze instellingen wordt gedoeld. Deze term ‘kerkelijke instellingen’ kan de associatie met de rechtsvorm kerkgenootschap (veelal van christelijke en joodse signatuur) oproepen.
Verder maakt de toelichting op de algemeennutcategorie rsl wat betreft religie slechts melding van kerkgenootschappen in de zin van artikel 2:2 BW en het CIO met de daarbij aangesloten kerkgenootschappen waarmee de Belastingdienst een convenant heeft gesloten: religieuze instellingen van joodse en christelijke signatuur. Dit zou de indruk kunnen wekken dat religieuze anbi’s beperkt zijn tot christelijke en joodse kerkgenootschappen en CIO-instellingen.
Vanwege de associatie van de term ‘kerkelijke instellingen’ met de rechtsvorm kerkgenootschap verdient het gebruik van de bredere term ‘religieuze instellingen’ in alle officiële stukken van de overheid en de rechtspraak de voorkeur.
Ook zou de fiscale regelgever in toelichtingen op de anbi-rubriek rsl niet de term ‘kerkgenootschappen’ moeten gebruiken maar een meer inclusieve term, zoals religieuze instellingen. Daarnaast zou de regelgever expliciet moeten aangeven dat hoewel Nederland van oorsprong een joods-christelijke cultuur kent, deze algemeennutcategorie gezien de huidige pluriformiteit van de Nederlandse samenleving alle religies, levensbeschouwingen en vormen van spiritualiteit zonder uitzondering omvat.
Tot slot zou de volgorde in deze anbi-rubriek naar mijn mening moeten zijn: religie, spiritualiteit en levensbeschouwing. Levensbeschouwing vormt daar een restcategorie voor wereldbeschouwingen, levensvisies, levensopvattingen en overtuigingen waarbij de zin en betekenis van het menselijk bestaan centraal staan en die niet onder religie of spiritualiteit zijn onder te brengen.