De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.4.3.2:6.4.3.2 De tekst van de overeenkomst
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.4.3.2
6.4.3.2 De tekst van de overeenkomst
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366323:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover nader Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/372.
Hof van Beroep Brussel 6 augustus 1992, Revue de droit commercial Belge 1992, p. 811.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het bestaan van een overeenkomst worden geen zware eisen gesteld. Dit betekent onder meer dat de overeenkomst zowel schriftelijk als mondeling kan zijn (hoofdstuk 9).
Bij een schriftelijke overeenkomst vormt de tekst van de overeenkomst het beginpunt van de analyse van het doel van de samenwerking. Bij de uitleg daarvan dient het eerder al genoemde Haviltex-criterium te worden toegepast (§ 6.4.2). Niet van belang lijkt mij de zogenaamde CAO-norm, volgens welke bij de uitleg van contractuele bepalingen met een zekere derdenwerking (zoals een CAO), objectieve aanknopingspunten, zoals de letterlijke tekst van de overeenkomst, ontleende argumenten zwaarder wegen.1 Bij acting in concert is deze derdenwerking afwezig, althans in de zin dat er uit de overeenkomst rechten en verplichtingen voor derden ontstaan. Er ontstaan wel rechten, in de vorm van de exit-mogelijkheid die het verplichte bod biedt, maar niet uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst. Het verplicht bod is niet het rechtsgevolg van de overeenkomst, maar van de wettelijke regeling van art. 5:70 e.v. Wft. Overigens kan zowel de inhoud van de overeenkomst als hetgeen daar niet in staat van belang zijn. Verderop komt de vraag aan de orde of de intentie om overwegende zeggenschap te verwerven kan worden afgeleid uit het feit dat partijen niet specificeren ten aanzien van welke onderwerpen zij samenwerken (§ 11.4.3.4). Ten slotte kan ook een steunbepaling in de overeenkomst relevant zijn bij de uitleg van het doel van de samenwerking. In de Belgische Wagons Lits-zaak oordeelde het Hof van Beroep mede aan de hand van een standstill-bepaling dat de samenwerkende partijen uit waren op de controle; anders kon deze bepaling niet verklaard worden.2
Doorgaans zullen partijen weinig op schrift stellen, al dan niet met het oog op het bewijsrisico van een schriftelijke overeenkomst (§ 9.5). In die gevallen zal voor de uitleg van hetgeen partijen met elkaar hebben afgesproken moeten worden gekeken naar andere feiten en omstandigheden (zie hierna).