Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.4.1
6.4.1 Algemeen
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687274:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zo stelt J.H.M. Willems, Res non inter aliois acta, over eenvoudige driepartijenverhoudingen in het medezeggenschapsrecht, in: G. van Solinge en M. Holtzer (red.), Geschriften vanwege de vereniging corporate litigation 2001-2002, Deventer: Kluwer 2002, p. 81, dat de ene derde de andere niet is en sommige derden zich iets gelegen moeten laten liggen aan de OR.
S. Sikkink en I. Zaal, ‘De “derde” en het medezeggenschapsrecht’, TAO 2018/3, p. 110.
Op zich is ook denkbaar dat belangen van ex-werknemers spelen in het kader van het adviesrecht van artikel 25 WOR. Zo kan beëindiging van de onderneming (onder c) soms negatieve gevolgen hebben voor ex-werknemers. Dit probleem zal vaak alleen in bijzondere situaties spelen.
De ex-werknemer kan gelet op zijn uitsluiting als ‘derde’ worden gezien in de medezeggenschapsverhouding tussen ondernemer en OR. Dat roept de vraag op of die medezeggenschapsverhouding moet worden gezien als een zaak waaraan de ex-werknemer geen rechten kan ontlenen en ook niet gebonden kan worden, of dat dit genuanceerder ligt.1 In de rechtspraak en literatuur kreeg het begrip van de derde met name een vlucht in de context van medeondernemerschap, toerekening, vereenzelviging en de derde die ex artikel 26 lid 5 laatste volzin WOR wordt beschermd tegen voorzieningen van de OK. Anderszins is over de positie van derden nagenoeg niets geregeld in de WOR.2 De positie van de ex-werknemer als derde in de medezeggenschap komt naar mijn mening voornamelijk tot uitdrukking bij het instemmingsrecht van de OR3 en ondernemingsovereenkomsten: in hoeverre moet de ex-werknemer zich iets gelegen laten liggen aan een al dan niet gegeven instemming van of afspraak met de OR, gezien de hiervoor geconstateerde problematiek van legitimiteit, de belangentegenstelling en de taakbegrenzing.