De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.2.4:6.7.2.4 Doorwerking van overeenkomsten in het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie in de voor de eindontvanger geldende subsidieverplichtingen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.2.4
6.7.2.4 Doorwerking van overeenkomsten in het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie in de voor de eindontvanger geldende subsidieverplichtingen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397262:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 4 maart 2009, AB 2010, 21, m.nt. J.E. van den Brink (Movement on the European labour market), r.o. 2.5.3. Zie uitgebreid paragraaf 6.4.32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie worden aan eindontvangers van Europese subsidies subsidieverplichtingen opgelegd in de te sluiten overeenkomsten met de nationale agentschappen. In veel gevallen zijn de verplichtingen niet direct te vinden in de overeenkomsten zelf, maar in de jaarlijkse programmagidsen die door de Europese Commissie worden vastgesteld. In de overeenkomst wordt naar deze programmagidsen verwezen. In paragraaf 6.4.3.4 is besproken dat wat betreft Een Leven Lang Leren deze overeenkomst door het Nederlandse nationaal agentschap wordt beschouwd als een uitvoeringsovereenkomst in de zin van artikel 4:36 van de Awb. Dit heeft tot gevolg dat de uit hoofde van deze overeenkomst geldende verplichtingen slechts aan de eindontvanger van een Europese subsidie kunnen worden tegengeworpen, voor zover zij passen binnen het kader van toegestane subsidieverplichtingen dat in de subsidietitel van de Awb is neergelegd. Dit blijkt impliciet uit een uitspraak van de ABRvS van 4 maart 2009.1
Voor Jeugd in Actie geldt dat het Nederlands Jeugdinstituut beschikking-vervangende subsidieovereenkomsten sluit. Voor zover het Nederlands Jeugdinstituut als bestuursorgaan moet worden aangemerkt wat betreft het verstrekken van Europese subsidies, betekent een dergelijke overeenkomst een onaanvaardbare doorkruising van de subsidietitel. Voor het sluiten van beschikkingvervangende overeenkomsten door het Nederlands Jeugdinstituut bestaat immers geen grondslag in een Europese verordening dan wel een Nederlandse wet in formele zin. De Europese subsidies in het kader van Jeugd in Actie mogen dan ook niet bij beschikkingvervangende overeenkomst worden verstrekt. Voor zover de Nederlandse bestuursrechter welwillend is en de beschikkingvervangende overeenkomst aanmerkt als een subsidieverleningsbesluit, zullen ook de daarin opgenomen verplichtingen binnen het kader van de subsidietitel van de Awb moeten blijven. Andere subsidieverplichtingen kunnen niet aan de eindontvanger van de Europese subsidie worden tegengeworpen.
Om toch aan de Europese verplichtingen te kunnen voldoen is in paragraaf 6.4.3.4 de aanbeveling gedaan om in de Wet inzake Europese subsidies alle bepalingen neer te leggen die het nationaal agentschap nodig heeft om de verplichtingen die zijn neergelegd in de standaardovereenkomst van de Europese Commissie te kunnen uitoefenen.