Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.1.2.8
3.1.2.8 De wetgever
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375804:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 7.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 27.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 6-7.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 6.
Dit zijn vennootschappen met een geplaatst kapitaal van minder of gelijk aan € 22,5 miljoen nominale.
Kamerstukken II 2011-2012, 32 887, nr. 6 (NnavV), p. 15; SER-Advies 2008/01, p. 59.
Kamerstukken II 2011-2012, 32 887, nr. 6 (NnavV), p. 13.
Dit zijn vennootschappen met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen nominale waarde.
Cools/Kroeze (2009), p. 71.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 28.
Vooral voor beursvennootschappen kunnen de gevolgen van negatieve publiciteit groot zijn. De kosten van het onderzoek komen bovendien voor rekening van de rechtspersoon, zieKamerstukken II 2011-2012, 32 887, nr. 6 (NnavV), p. 13.
Kamerstukken II 2011-2012, 32 887, nr. 6 (NnavV), p. 14.
Op basis van het SER-advies en het rapport Cools/Kroeze concludeert de minister dat in de praktijk een relatief klein aandelenbelang bij grote vennootschappen toegang geeft tot het enquêterecht. Hij meent derhalve dat de enquêteregeling op dit punt onvoldoende evenwichtig is.1 De regeling garandeert niet voldoende dat de aandeelhouders en certificaathouders van grote NV’s en BV’s een voldoende substantieel belang in de vennootschap vertegenwoordigen om een enquête te rechtvaardigen.2 Het uitgangspunt moet zijn dat de aandeelhouders die een substantieel belang in de vennootschap vertegenwoordigen, een enquête kunnen verzoeken. Het is voor de toegang tot het enquêterecht van belang dat de omvang van het belang van de verzoekende kapitaalverschaffer in een redelijke verhouding staat tot de omvang van het geplaatste kapitaal van de vennootschap.3 Daarnaast stelt de minister dat de drempel € 225.000 nominaal sinds de wijziging van het enquêterecht in 1971 niet meer is aangepast. Die grens houdt derhalve geen rekening met economische groei en inflatie.4
Het voorgaande vormt reden tot aanpassing van de kapitaalseisen bij grote vennootschappen.5 Daarvoor sluit de minister aan bij de door de SER voorgestelde drempels: 1% van het geplaatst kapitaal of, indien het aandelen van een beursvennootschap betreft, een beurswaarde van € 20 miljoen. Hij refereert daarbij aan de adviserende leden van de SER (VEB en Eumedion) die menen dat 1% van het geplaatst kapitaal bij grote (beurs)vennootschappen aanvaardbaar is.6 De drempel € 20 miljoen beurswaarde komt eveneens – ook qua hoogte – overeen met de wens van de adviserende leden. De minister acht het gerechtvaardigd dat aandeelhouders die zo’n grote investering hebben gedaan in een vennootschap, maar nog geen 1% van het geplaatst kapitaal vertegenwoordigen, zich toch tot de OK kunnen wenden wanneer er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen.7 De minister ziet af van een koppeling tussen de 1%-drempel van enquêterecht voor grote vennootschappen en de (toen nog) 1%-drempel van het agenderingsrecht.
Voor de aandeelhouders bij kleine vennootschappen handhaaft de minister de oude drempels.8 Daarbij heeft hij bezien of deze drempels nog nodig zijn. Uit het Rapport Cools/Kroeze blijkt dat de 10% drempel vrijwel altijd de ontvankelijkheidsgrondslag was in enquêteprocedures bij niet-beursvennootschappen.9 In de memorie van toelichting wordt dan ook de vraag opgeworpen of de drempel € 225.000 nominaal niet kan worden geschrapt en enkel de 10%-drempel bij deze vennootschappen kan volstaan. De minister besluit om de regeling voor kleine (beursgenoteerde en niet- beursgenoteerde) vennootschappen niet aan te passen, omdat de kans bestaat dat daarmee de toegang tot het enquêterecht voor kapitaalverschaffers die onder de oude regeling wel enquêtebevoegd zijn, toch wordt beperkt.10
Met deze wijziging van de kapitaalseisen is beoogd de toegang tot het enquêterecht te beperken voor aandeelhouders bij grote (beurs)vennootschappen. Uit de Nota volgt dat aan deze beperking een afweging van de belangen van de vennootschap ten opzichte van de belangen van de aandeelhouders ten grondslag ligt. Enerzijds moet er rekening mee worden gehouden dat een enquêteprocedure ingrijpend is voor de vennootschap.11 Anderzijds moet de toegang tot het enquêterecht open staan voor aandeelhouders wanneer zij een voldoende grote investering hebben gedaan en menen dat sprake is van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Aldus worden de belangen van de aandeelhouders in verhouding tot de belangen van de vennootschap met de voorgestelde wijzigingen beter in balans gebracht denkt de wetgever.12