RFR 2024/107
Is moeder ontvankelijk in haar hoger beroep tegen een tussenbeschikking op grond van de mededeling onderaan de beschikking dat hoger beroep kan worden ingesteld?
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:924
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/04104
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS981655:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:924, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:413, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑10‑2023
- Wetingang
Art. 337 lid 2 Rv
Essentie
Is moeder ontvankelijk in haar hoger beroep tegen een tussenbeschikking op grond van de mededeling onderaan de beschikking dat hoger beroep kan worden ingesteld?
Samenvatting
De procedure startte bij de rechtbank met onder meer een verzoek van de moeder om in het gezag te worden hersteld over haar dochter, die onder toezicht was gesteld en uit huis was geplaatst. De rechtbank heeft in de beschikking in het dictum iedere beslissing aangehouden, in afwachting van de resultaten van een psychodiagnostisch onderzoek. Onderaan deze beschikking stond het tekstblok dat tegen de beschikking hoger beroep kon worden ingesteld. Dit heeft de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.