NJB 2015/1411
Aansprakelijkheid jegens vaarwaterbeheerder. Verwijderingsplicht. Tijdens een vaartocht zinkt een schip. De vaarwaterbeheerder plaatst veiligheidshalve tijdelijk boeien en wenst de kosten daarvan te verhalen op de eigenaar van het gezonken schip. HR: De eigenaar van een voorwerp dat terechtkomt op de bodem van een vaarwater, is onder omstandigheden aansprakelijk jegens de vaarwaterbeheerder indien hij nalaat het voorwerp te verwijderen. Ook indien verwijdering van het voorwerp niet nodig is of blijkt te zijn, maar het voorwerp (mogelijk) wel een zodanig gevaar voor de scheepvaart vormt dat in verband daarmee redelijkerwijs maatregelen noodzakelijk zijn, zoals het markeren van de plaats waar het voorwerp is gezonken, al dan niet slechts van tijdelijke aard of uit voorzorg, bestaat grond voor die aansprakelijkheid
HR 10-07-2015, ECLI:NL:HR:2015:1836 (Staat der Nederlanden/H.H van der Schalk)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 juli 2015
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
14/02634
- Roepnaam
Staat der Nederlanden/H.H van der Schalk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:1836, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑07‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:410, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑05‑2014
- Wetingang
(Wrakkenwet art. 10; BW art. 6:162)
Essentie
Aansprakelijkheid jegens vaarwaterbeheerder. Verwijderingsplicht. Tijdens een vaartocht zinkt een schip. De vaarwaterbeheerder plaatst veiligheidshalve tijdelijk boeien en wenst de kosten daarvan te verhalen op de eigenaar van het gezonken schip. HR: De eigenaar van een voorwerp dat terechtkomt op de bodem van een vaarwater, is onder omstandigheden aansprakelijk jegens de vaarwaterbeheerder indien hij nalaat het voorwerp te verwijderen. Ook indien verwijdering van het voorwerp niet nodig is of blijkt te zijn, maar het voorwerp (mogelijk) wel een zodanig gevaar voor de scheepvaart vormt dat in verband daarmee redelijkerwijs maatregelen noodzakelijk zijn, zoals het markeren van de plaats waar het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.