Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.5.2
6.5.2 Duitsland
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267467:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
DE Amtsgericht Diez 7 november 2018, 8 C 130/18, openJur 2018, 2262, punt 10-11.
DE Amtsgericht Bochum 11 maart 2019, 65 C 485/18, ECLI:DE:AGBO:2019:0311.65C485.18.00, punt 5.
DE Oberlandesgericht Dresden 11 juni 2019, 4 U 760/19, punt 1.
DE Oberlandesgericht Dresden 11 juni 2019, 4 U 760/19, punt 3b.
Vergelijk Hallinan & Zuiderveen Borgesius 2020, p. 1-10.
DE Landgericht Karlsruhe 2 augustus 2019, 8 O 26/19, ECLI:DE:LGKARLS:2019:0802.8O26.19.0A, punt 1b.
DE Landgericht Karlsruhe 2 augustus 2019, 8 O 26/19, ECLI:DE:LGKARLS:2019:0802.8O26.19.0A, punt 2.
In Duitsland oordeelde de rechter in onderstaande vier uitspraken over de vraag of de betrokkene recht had op schadevergoeding. In alle gevallen wijst de rechter de schadevordering af.
In het eerste geval adverteerde een bedrijf via e-mail aan de betrokkene. Omdat hiervoor geen rechtmatige grondslag bestond, eist de betrokkene €500 schadevergoeding. Het Amtsgericht Diez overweegt dat hoewel de AVG voor een schadevergoeding niet langer vereist dat er sprake is van een zware schending van het persoonlijkheidsrecht, kleine of triviale overtredingen (‘Bagatellverstoß’) zonder enig ‘merkbaar nadeel’ niet voor vergoeding in aanmerking komen.1
In een ander geval waren inkomensgegevens van de betrokkene door zijn bewindvoerder aan de huisbaas van de betrokkene verstrekt. De betrokkene vond dat hiervoor zijn toestemming nodig was en startte een procedure. In het kader van die procedure stuurde de bewindvoerder aan de advocaat van de betrokkene via een onversleutelde e-mail het bewijs van een rechtmatige bewindvoering. Daarin stonden ook persoonsgegevens van de betrokkene. De betrokkene eist een schadevergoeding, omdat door de onversleutelde e-mail mogelijk zijn persoonsgegevens bekend zijn geworden bij derden. Het Amtsgericht Bochum erkent dat dergelijk handelen in strijd kan zijn met artikel 32 AVG, maar acht het niet ‘uiteengezet of evident’ dat gegevens uit de e-mail bekend werden bij derden. De betrokkene leed daarom geen immateriële schade.2
Bij het Oberlandesgericht Dresden eist de betrokkene schadevergoeding van Facebook wegens het verwijderen van een bericht en het blokkeren van zijn account.3 Het Oberlandesgericht oordeelt dat het ‘louter blokkeren van zijn gegevens’ geen schade oplevert in de zin van de AVG. Het handelen van Facebook leidde slechts tot ‘immaterielle Bagatellschäden’. Triviale of beperkte schade komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat de kans op misbruik van het gegevensbeschermingsrecht anders aanzienlijk zou zijn.4 Er is mogelijk wel sprake van vergoedbare schade bij een grootschalige en bewuste inbreuk ten behoeve van een commercieel belang. Dat is hier niet het geval. Het blokkeren van een account belemmert juist een commercieel belang, omdat de betrokkene geen gegevens meer ‘produceert’ die bijdragen aan de omzet.
In de laatste uitspraak oordeelt het Landgericht Karlsruhe dat het berekenen van een kredietscore een subjectief waardeoordeel is, dat geen schending van de AVG kan opleveren. De feiten die ten grondslag liggen aan die berekening moeten uiteraard wél juist zijn.5 De betrokkene kon niet aantonen dat dit niet het geval was.6 Ook kan de betrokkene verder geen immateriële schade aantonen terwijl de AVG ‘merkbare en daadwerkelijke’ schade vereist. Overigens overweegt het Landgericht dat het onrechtmatig toegankelijk maken dat leidt tot ‘Bloßstellung’ van persoonsgegevens, mogelijk wél geldt als schade in de zin van artikel 82 AVG.7