De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.4:3.7.4 Ongeschreven professionele standaard
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.4
3.7.4 Ongeschreven professionele standaard
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949616:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Huisman 2020 e.a., p. 112.
LKC 18 mei 2005, nr. 05015.
Rechtbank Zwolle-Lelystad 27 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BH8962.
LKC 21 juni 2017, nr. 107628.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervoor uiteengezet heeft de leraar geen eenvormige geschreven professionele standaard. In het mbo is er weliswaar een professioneel statuut, maar hierin staan nauwelijks normen over de wijze waarop de leraar zijn beroep dient uit te oefenen. Niettemin zijn er wel degelijk eisen aan het professioneel handelen van de leraar. Huisman schrijft dat deze eisen ongeschreven zijn, maar toch maatschappelijk erkend en in de beroepsgroep geaccepteerd zijn.1 Deze eisen zijn ontleend aan de wetenschap en aan algemeen aanvaarde uitgangspunten. Hoewel deze normen niet te lezen zijn in een eenvormige professionele standaard, zijn ze wel af te leiden uit uitspraken van de burgerlijke- en bestuursrechter en de klachten- en geschillencommissies. De ongeschreven professionele standaard is dan ook juridisch bindend voor de leraar. Niet naleving van de standaard kan voor de leraar een berisping of zelfs ontslag tot gevolg hebben. Ook kan niet naleving tot gevolg hebben dat een rechter een beslissing van de leraar of het bevoegd gezag vernietigt. Op de gevolgen van de professionele standaard in de relatie tussen de leraar en het bevoegd gezag wordt dieper ingegaan in hoofdstuk 4 en op de gevolgen voor de rechtsbescherming van de leerling wordt dieper ingegaan in hoofdstuk 5.
De (ongeschreven) professionele standaard begrenst de autonomie van de leraar. De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) overwoog in 2005 hierover het volgende:
“Verweerders hebben er terecht op gewezen dat leerkrachten beschikken over een bepaalde, zelfs vrij ruime, professionele autonomie. Autonomie houdt in dat de leerkracht op basis van onder meer eigen vakkennis, ervaring en de uitgangspunten van de school invulling geeft aan het onderwijs. Autonomie omvat niet het vervolgens volledig gevrijwaard zijn van een beoordeling van dat professionele handelen. Was dat wel het geval, zou dat betekenen dat een groot (misschien wel het grootste) gedeelte van het handelen van een leerkracht onttrokken zou zijn aan bijvoorbeeld een beoordeling door de klachtencommissie. Hoewel de LKC bij die beoordeling een bepaalde mate van terughoudendheid betracht, acht zij zich niet alleen bevoegd, maar ook verplicht zich een oordeel over het professionele handelen te vormen. Het ligt besloten in de opdracht van de LKC handelen van leerkrachten te beoordelen op onder meer professioneel gehalte”2
De LKC erkent dan ook de autonomie van de leraar en zijn professionele standaard. In de rechtspraak wordt het bestaan van een ongeschreven professionele standaard van de leraar eveneens met zoveel woorden erkend.3 De autonomie van de leraar houdt volgens de LKC in dat hij op basis van zijn eigen vakkennis en ervaring invulling geeft aan het onderwijs. De leraar dient zich echter wel te houden aan het beleid van de school. Ook binnen deze kaders is de leraar niet gevrijwaard van beoordeling van zijn professioneel handelen. De LKC kan beoordelen of de leraar professioneel heeft gehandeld, dit toetst de LKC terughoudend. Volgens de LKC mag van een leraar verwacht worden dat hij zich niet begeeft buiten de grenzen van de professionele standaard.4 Wanneer het de omgang van de leraar met de leerling betreft, is deze standaard soms uitgewerkt in een gedragscode van de school. Ook wanneer deze gedragscode ontbreekt, geldt de ongeschreven professionele standaard.