RF 2023/53
Wanneer behoort een vergoeding voor een achteraf-betaalservice tot de totale kosten van het krediet?
HR 30-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:1006
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 juni 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/01716
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS712186:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1008, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:309, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
ECLI:NL:HR:2023:1006, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑06‑2023
ECLI:NL:HR:2023:778, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1130, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑11‑2022
- Wetingang
Essentie
Consumentenkrediet. Kredietkosten. Prejudiciële vragen.
Wanneer behoort een vergoeding voor een achteraf-betaalservice tot de totale kosten van het krediet? Behoren de door de consument verschuldigde vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten tot de totale kosten van het krediet?
Samenvatting
Consument heeft bij de online aankoop van drie producten bij een webwinkel gebruik gemaakt van de betaalmethode AfterPay van Arvato. Na twee betalingsherinneringen en een aanmaning vordert Arvato bij de kantonrechter dat consument wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten van minimaal € 40. De kantonrechter stelt ambtshalve twaalf prejudiciële vragen aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.