Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.A.7.2:IV.A.7.2 De opeisbare schulden van de nalatenschap
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.A.7.2
IV.A.7.2 De opeisbare schulden van de nalatenschap
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403802:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer is een executeur zelfstandig bevoegd om de door hem beheerde goederen van de nalatenschap te gelde te maken?
Hij is hiertoe op grondvan art. 4:147 lid 1 BW bevoegd 'voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden van de nalatenschap'.
In art. 4:144 BW lezen wij dat het moet gaan om de schulden die tijdens zijn beheer van de goederen van de nalatenschap uit die goederen behoren te worden voldaan. Tijdens zijn beheer moet in dit kader gelezen worden als de opeisbare schulden of de gedurende zijn beheer opeisbaar wordende schulden. Dit in tegenstelling tot de in art. 4:215 BW opgenomen parallelbevoegdheid van de vereffenaar die ook bevoegd is om te handelen als het gaat om niet-opeisbare schulden.1 De schulden van de nalatenschap zijn opgesomd in art. 4:7 BW.Voor de regeling van executele is van belang te constateren dat het om 'alle letters' gaat, te weten a tot en met i. Wat de taak van de executeur betreft, is geen enkele schuldvan de nalatenschap uitgesloten.Voorts is de eis gesteld dat de schuld uit de goederen van de nalatenschap dient te worden voldaan. Stel het geval dat een gelegateerd goed niet tot het vermogen van erflater behoort, doch tot het eigen vermogen van de erfgenaam. Deze schuld is weliswaar een schuld van de nalatenschap, doch dient niet uit de goederen van de nalatenschap voldaan te worden.2
In de praktijk zullen ongetwijfeld de belangrijkste twee 'schulden van de nalatenschap' zijn die aanleiding zijn om onroerende zaken te verkopen in de zin van art. 4:147 lid 1 BW de successierechten (letter e) en de schulden uit legaten (letter h). De bevoegdheid om goederen te gelde te maken ter voldoening van de successierechten was onder het oude erfrecht geregeld in art. 72 SW. Deze bevoegdheid is bij de invoering van het nieuwe erfrecht terecht overgeheveldnaar Boek 4 BW waar hij, gelet op de civielrechtelijke aardvan de materie, thuishoort.