Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.1
2.1 Inleiding
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS585069:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Von Savigny 1851, p. 216-217, 229; Friedman & Cohen 2007, p. 7-8; Meier 2010, p. 259, 276.
Van Boom 1999, p. 89.
Von Savigny 1851, p. 229. Vgl. Parl. Gesch. Boek 6, p. 109; HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784, RvdW 2012/534 (ASR/Achmea), r.o. 3.5.
Kaser 1971, p. 659; Finkenauer, ZRG 2013, p. 164-202, p. 178.
Van Boom 1999, p. 89.
Art. 6:10 BW, art. 6:102 BW, art. 6:166 BW, art. 7:850 BW.
Bijvoorbeeld het aangaan van hoofdelijkheid ten behoeve van de concernschuld.
Voor een historisch overzicht van de hoofdelijke aansprakelijkheid zie Van Boom 2016, p. 17- 26.
Dit hoofdstuk gaat over de ontwikkeling en de aard en werking van het algemene regresrecht. Ter introductie volgt een voorbeeld om het belang van het regresrecht weer te geven. Stel: schuldenaren A, B en C verbinden zich hoofdelijk voor een schuld aan schuldeiser D. De schuldenaren hebben onderling een gelijk aandeel in de schuld. Schuldeiser D spreekt A aan voor de gehele schuld. De schuld wordt gedelgd ten laste van het vermogen van A. Hiermee is de relatie tussen de schuldeiser en de schuldenaren beëindigd. Medeschuldenaren B en C zijn bevrijd van de schuld zonder daarin te hebben bijgedragen.
In het bovenstaande geval zijn B en C ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van A. Wanneer er geen mogelijkheid is om de medeschuldenaren te laten bijdragen in de gedelgde schuld, leidt dit tot onrechtvaardige uitkomsten. Bovendien bepaalt de schuldeiser wie van de medeschuldenaren de schuld moet dragen. Hoofdelijke aansprakelijkheid krijgt dan het karakter van een Glücksspiel1, waarbij de medeschuldenaren een belang hebben om de keuze van de schuldenaar te beïnvloeden.2 Het regresrecht moet dit voorkomen. Von Savigny drukte het zo uit: ‘[…] der Regreßsoll verhüten, daßEiner auf Kosten des Anderen ohne Grund sich bereichere […].’3
Uit de rechtsontwikkeling blijkt dat een grondslag voor regres van oudsher gezocht wordt in de werkelijke of gefingeerde interne rechtsverhouding. Dit doet vermoeden dat een zelfstandig en uit de hoofdelijkheid voortvloeiend regresrecht geen vanzelfsprekendheid is. Toch zal de behoefte aan regres steeds aanwezig zijn wanneer de externe aansprakelijkheid geen overeenstemming vertoont met de interne lastenverdeling. Het doel van het regresrecht is om deze discrepantie te beperken of weg te nemen.
De interne relatie tussen de schuldenaren en het onderling verdelen van de schuld valt buiten de reikwijdte van de hoofdelijkheid. Een plicht tot het delen van, of bijdragen in de schuld vloeit van origine dan ook evenmin voort uit dit recht.4 Uit de hoofdelijkheid volgen namelijk regels voor de toedeling van de schuld, niet voor de verdeling daarvan.5 In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling van dergelijke ‘verdelingsregels’ beschreven. Hierbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van grondslagen voor regres en de ontwikkeling van de werking van het regresrecht. Duidelijk zal worden dat in de loop der tijd verschillende verdelingsmethodieken een ingang hebben gevonden in de Europese codificaties. Ook wordt helder hoe deze ontwikkeling heeft geleid tot de huidige juridische constellatie ter zake van het regresrecht in de verschillende grote Europese rechtstelsels.
Het huidige Nederlandse recht bevat verschillende regresbepalingen tussen hoofdelijk aansprakelijke schuldenaren.6 Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen uit rechtshandeling verbonden hoofdelijke schuldenaren7 en op grond van de wet verbonden hoofdelijke schuldenaren.8 De hierna volgende rechtshistorische en rechtsvergelijkende analyse richt zich in het bijzonder op de ontwikkeling van het regresrecht bij uit rechtshandeling verbonden hoofdelijke schuldenaren.9 Deze ontwikkeling wordt beschreven met het oog op het Nederlandse rechtstelsel. Zowel de verticale rechtsvergelijking als de horizontale rechtsvergelijking zijn in multinationaal perspectief verricht. In aansluiting hierop wordt de huidige Nederlandse regeling intern vergeleken, besproken en becommentarieerd. De ontwikkeling en de werking van het regresrecht bij concernfinanciering komen in hoofdstuk vier en hoofdstuk vijf aan bod en worden in dit hoofdstuk slechts summier behandeld.