Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/6.3.4
6.3.4 Beding van aanwas (België)
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385848:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
In beginsel in volle eigendom, maar aanwas in vruchtgebruik is ook mogelijk.
Bouckaert & Michiels 2009, p. 58-59.
Bael 2006, p. 620-621; Bouckaert & Michiels 2009, p. 47 en 55-59; Geens & Wyckaert 2011/481. Zie ook Hof van Beroep Antwerpen 3 juni 2009 (arrest nr. 204.601), Rechtskundig Weekblad 2010/11, nr. 15 (F.D.t./V.U.B.) over het beding van aanwas tussen feitelijk samenwonenden.
Bael 2006, p. 625.
Bouckaert & Michiels 2009, p. 56; Maes 2008, p. 390.
Bouckaert & Michiels 2009, p. 48.
Bael 2006, p. 622; Bouckaert & Michiels 2009, p. 45-84.
Geens & Wyckaert 2011/481.
Maes 2008, p. 381 en 385.
Bael 2006, p. 631.
Bael 2006, p. 621.
Maes 2008, p. 385.
Bouckaert & Michiels 2009, p. 52; Bael 2006, p. 633.
Bijv. Michiels in: Bouckaert & Michiels 2009, p. 52.
Bouckaert & Michiels 2009, p. 53.
Bael 2006, p. 621.
Bouckaert & Michiels 2009, p. 55; Maes 2008, p. 393.
Een populaire rechtsfiguur in het Belgische recht is het door rechtsgeleerden gecreëerde beding van aanwas:1 een overeenkomst tussen twee of meer gezamenlijke eigenaren waarbij overeengekomen wordt dat het aandeel van een van de deelgenoten in bepaalde goederen of in een doelvermogen (bijv. een van het eigen vermogen afgescheiden handelszaak2 ) onder opschortende voorwaarde van een bepaalde gebeurtenis van rechtswege zal aanwassen bij de overige deelgenoten.3 Eenvoudiger gezegd:4
deelgenoot A draagt zijn aandeel over aan deelgenoot B onder de opschortende voorwaarde van het vooroverlijden (maar een andere gebeurtenis kan ook) van A en
deelgenoot B draagt zijn aandeel over aan deelgenoot A onder de opschortende voorwaarde van het vooroverlijden (maar een andere gebeurtenis kanook) van B.
In beginsel verkrijgt de verkrijger pas op het moment dat de gebeurtenis (de opschortende voorwaarde) zich voordoet, maar aan het beding van aanwas kan ook terugwerkende kracht worden toegekend tot aan het moment van het sluiten van de overeenkomst.5 Omdat er al beschikt is, zij het onder voorwaarde, kan een partij het beding niet eenzijdig terugdraaien.
De opschortende voorwaarde kan zijn het vooroverlijden van een vennoot. Als die gebeurtenis intreedt, dan komen de goederen niet in de nalatenschap van de overledene terecht. Bepaald kan worden dat geen vergoeding aan de erfgenamen verschuldigd is, wat de toekomst van de vennootschap van tevoren contractueel veilig stelt en het beding van aanwas populair maakt.6 Van belang is dan dat het beding onder bezwarende titel is, want bij een schenking zou sprake kunnen zijn van inkorting. Van een bezwarende titel is sprake bij een werkelijk kanscontract: er moet een echte ruil van gelijkwaardige kansen (bijv. vennoten hebben dezelfde leeftijd en/of levensverwachting en hebben evenveel ingebracht) op verkrijging zijn. De kans op verkrijging is dus even groot als de kans op verlies; de tegenprestatie (die in het vermogen van de erflater zit) voor het beding van aanwas is de gelijke kans op verwerving van het gehele goed.7 Ongelijke kansen kunnen worden gecorrigeerd door bijvoorbeeld ongelijke inbreng.8
Een alternatief voor het beding van aanwas is het, eveneens door rechtsgeleerden gecreëerde, tontinebeding: een regeling waarbij een goed geacht wordt met terugwerkende kracht toe te behoren aan de overlevende.9 Dit lijkt op het beding van aanwas, maar heeft als belangrijke verschillen dat
de verkrijging altijd terugwerkt tot het moment van de overeenkomst,10
er niet alleen sprake is van een verkrijging (door de verkrijger) onder opschortende voorwaarde van overlijden van de ander, maar ook van een verkrijging (door de overledene) onder ontbindende voorwaarde van zijn eigen overlijden.11 Er ontstaat dus geen gemeenschap, maar de verkoper blijft eigenaar tot een koper overlijdt.12
er een overeenkomst is met een derde, de vervreemder. Hij moet meewerken aan het tontinebeding van de verkrijgers (en aan de eventuele opheffing ervan), omdat de langstlevende wordt geacht altijd verkrijger te zijn geweest (hij heeft achteraf gezien definitief gekocht) en de vervreemder dus alleen jegens hem aanspraken heeft.13 Door sommigen wordt echter aanvaard dat medewerking van de vervreemder niet nodig is als het verkochte toch al is betaald; mocht een verkoper later een rechtsvordering in willen stellen, dan wordt het dan voorliggende geval beoordeeld naar de omstandigheden.14
het alleen overlijden als voorwaarde kan hebben.
Bouckaert en Michiels geven het volgende voorbeeld van hoe een tontinebeding eruit kan zien:15
‘De verkoper verklaart te verkopen aan de kopers, die aanvaarden, ieder onder de opschortende voorwaarde van overleving en onder de ontbindende voorwaarde van vooroverlijden, zodat de langstlevende der kopers geacht moet worden steeds eigenaar te zijn geweest en de eerststervende der kopers moet geacht worden nooit eigenaar te zijn geweest.’
Omdat aan het tontinebeding aanzienlijke nadelen kleven (bij gelijktijdig overlijden van de kopers is de verkoper eigenaar gebleven, de verkoper moet in de heersende leer partij zijn en het beding kan, anders dan het beding van aanwas, alleen bij de koop en niet later16 worden overeengekomen), is het beding van aanwas gebruikelijker geworden.17