V-N Vandaag 2025/2071
Volgens A-G had hof vanwege schending art. 40 Wet WOZ proceskostenvergoeding moeten toekennen
HR (Parket) 17-10-2025, ECLI:NL:PHR:2025:1122
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
17 oktober 2025
- Zaaknummer
23/04269
24/03057
24/03073
24/03111
24/03415
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:297, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑02‑2026
ECLI:NL:HR:2025:1823, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1122, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1125, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1124, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1123, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1127, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1074, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
- Wetingang
Essentie
Volgens A-G Pauwels had Hof Den Haag, vanwege de schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ door de gemeente, X een proceskostenvergoeding moeten toekennen.
Samenvatting
Belanghebbende, X, komt op tegen een WOZ-beschikking 2020. Hof Den Haag oordeelt dat de gemeente in de bezwaarfase art. 40 lid 2 Wet WOZ heeft geschonden door de KOUDV-factoren en de grondstaffel niet te verstrekken. Het hof ziet echter in de schending van art. 40 Wet WOZ geen aanleiding om X een proceskostenvergoeding toe te kennen omdat X ook zonder de schending in beroep zou zijn gegaan. X ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.