Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/11.1:11.1 Inleiding
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/11.1
11.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692229:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Of andersom, maar dat maakt voor mijn betoog geen verschil.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
691. Een aannemersbedrijf in de regio Den Haag prijst zichzelf aan met de slogan ‘wonderen verrichten wij direct, voor het onmogelijke hebben wij iets meer tijd nodig’.1 Het is een risico om met dat bedrijf in zee te gaan, want tot het onmogelijke is niemand gehouden. Dat uitgangspunt vormt in beginsel ook een beletsel voor een bevel tot nakoming van een onuitvoerbare verbintenis. Maar de consequentie daarvan is dat een schuldeiser met lege handen blijft staan, althans dat hij genoegen moet nemen met een minder bevredigende remedie dan nakoming, als uitvoering van een verbintenis onmogelijk is (of is geworden). In dit hoofdstuk onderzoek ik of dat aanvaardbaar is. Die vraag naar de aanvaardbaarheid dringt zich in het bijzonder op in de gevallen waarin de schuldenaar zichzelf in de positie heeft gebracht waarin het voor hem onmogelijk is geworden de verbintenis na te komen. Een van de vragen die ik onderzoek is daarom of een schuldeiser dergelijk gedrag zou kunnen laten verbieden. Met andere woorden: kan een schuldeiser een rechterlijk bevel of verbod vragen dat ertoe strekt te voorkomen dat de nakoming van een verbintenis onmogelijk wordt?