De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.1:8.3.1 Waarop zijn eindvoorzieningen gericht?
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.1
8.3.1 Waarop zijn eindvoorzieningen gericht?
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367292:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 december 2007, NJ 2008, 105 m.nt. Maeijer, JOR 2008/11m.nt. Doorman (DSM),r.o. 3.6.
HR 18 november 2005, NJ 2006, 173, m.n.t Maeijer, JOR 2005, 295 m.nt. Brink (Unilever).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 3.2.1 kwam reeds ter sprake wat de wetgever beoogde met het creëren van de mogelijkheid om eindvoorzieningen te treffen. Indien de rechtspersoon zijn verantwoordelijkheden jegens de stakeholders verzaakt, moet corrigerend kunnen worden opgetreden. De maatregelen die de ondernemingskamer vervolgens neemt, vinden hun rechtvaardiging in het zich in het concrete geval voordoende onverantwoorde gedrag, of wanbeleid. Door het treffen van eindvoorzieningen kan daaraan blijkbaar een eind worden gemaakt.
Dit verband tussen wanbeleid en eindvoorzieningen blijkt ook uit de tekst van art. 2:355 lid 1 BW. Eindvoorzieningen kunnen pas worden getroffen als op basis van het onderzoek blijkt dat sprake is van wanbeleid. Tevens dient de ondernemingskamer de eindvoorzieningen te treffen die zij met het oog op het onderzoek – waaruit dus reeds wanbeleid is gebleken – geboden acht.
Het verband tussen wanbeleid en eindvoorzieningen blijkt ook uit de DSM-beschikking.1 Daarin wees de Hoge Raad er andermaal op dat slechts plaats is voor het treffen van eindvoorzieningen indien zulks gericht is op de sanering en herstel van gezonde verhoudingen binnen de onderneming van de rechtspersoon. Eindvoorzieningen die gericht zijn op iets anders dan het corrigeren van wanbeleid, bijvoorbeeld op het beslechten van vermogensrechtelijke geschillen,2 dienen derhalve achterwege te blijven.
Dat leidt tot de vraag hoe eindvoorzieningen door middel van hun (rechts)gevolgen wanbeleid kunnen verhelpen.