Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/7.3.2:7.3.2 Vrijstelling voor specifieke inbreukmakende handelingen
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/7.3.2
7.3.2 Vrijstelling voor specifieke inbreukmakende handelingen
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955554:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dat wil niet zeggen dat zulke belangen geen rol spelen. In zaken waarin patiëntenbelangen in het geding zijn, zal een schikking voor de rechthebbende om PR-technische redenen vaak de voorkeur verdienen.
Namelijk de periode waarin nog geen in kracht van gewijsde gegane uitspraak of een beslissing over de geldigheid in een oppositieprocedure voorhanden was.
Rb. Den Haag 17 december 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AO6764, BIE 2004/16 (Medinol/Boston Scientific), rov. 3.29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse rechtspraak bevat (voor zover mij bekend) één voorbeeld waarin de rechter in de formulering van het verbod een vrijstelling voor specifieke inbreukmakende handelingen heeft opgenomen.1 De rechtbank Den Haag wees in Medinol/Boston Scientific een verbod toe onder de voorwaarde dat de rechthebbende gedurende een bepaalde periode2 aan de inbreukmaker een licentie zou verlenen voor de productie van medische stents. Strikt genomen ging het in dit geval echter niet om een vrijstelling, maar om een vrijwillige beperking van het petitum door de octrooihouder.3