Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.5.2:1.5.2 Systematische grondslagen
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.5.2
1.5.2 Systematische grondslagen
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS488198:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 7 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tegengaan machtsmisbruik; waarborgen deugdelijk bewijs
In de traditionele opvatting is nemo tenetur bedoeld om machtsmisbruik van de staat te beteugelen. Een hiervan afgeleide grondslag is dat het beginsel ertoe kan dienen de deugdelijkheid van het bewijs te waarborgen. Dan moet vooral worden gedacht aan (het voorkomen van) valse bekentenissen die de verdachte onder uitoefening van dwang of pressie aflegt.
Beide grondslagen zijn niet onverkort inpasbaar in de huidige tijd. Dit geldt vooral voor het beteugelen van machtsmisbruik door de staat. In een democratische rechtsstaat die wortelt in de ‘rule of law’, zou dergelijk misbruik door de rechter moeten worden ‘bestraft’. Deze grondslag kan wel zo worden ingepast dat nemo tenetur ertoe strekt een redelijke balans tussen de staatsmacht en de rechten en belangen van (individuele) burgers te waarborgen.
Tegen het waarborgen van de deugdelijkheid van het bewijs als grondslag pleit inmiddels dat het beginsel zich in de huidige tijd ook lijkt uit te strekken tot niet-verklarend bewijs.1 Daarbij komt dat ook de van een getuige gevorderde verklaring onbetrouwbaar kan zijn en in een onterechte veroordeling van de verdachte kan resulteren.
In stand houden adversair strafgeding
Met de deugdelijkheid van het bewijs als systematische grondslag houdt verband de opvatting waarin nemo tenetur het adversaire strafgeding ofwel de procedure op tegenspraak, in stand houdt. Daarin is de verdachte procespartij en niet enkel object van onderzoek. Deze grondslag is vooral goed inpasbaar in strafrechtsystemen met een (gematigd) accusatoir karakter, zoals in de meeste westerse landen wel het geval is.