Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/4.1:4.1 Inleiding
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692167:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
108. Het EVRM bepaalt in art. 13 dat er een recht bestaat op een ‘effective remedy’. Die effective remedy moet in het nationale recht beschikbaar zijn, maar het EVRM schrijft niet voor welke remedie beschikbaar moet zijn. Het stelt slechts de eis dat die remedie ‘effective’ moet zijn. Die eis doet vermoeden dat het EVRM of in ieder geval de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) enige aanwijzing geeft met betrekking tot de vraag wanneer een remedie effectief is. Ik onderzoek in dit hoofdstuk of dat inderdaad zo is, en of die aanwijzingen te gebruiken zijn voor de nationale remedies en in het bijzonder voor het rechterlijk bevel en verbod. Ik besteed daarbij ook aandacht aan de vraag of het EVRM voorschrijft dat een beschikbare remedie preventief toe te passen moet zijn.