Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.2.3:5.2.2.3 De vergrijpboete van art. 10a AWR
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.2.3
5.2.2.3 De vergrijpboete van art. 10a AWR
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940482:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 10a AWR is een vergrijpboete opgenomen die kan worden opgelegd wegens schending van bepaalde spontane informatieverplichtingen jegens de inspecteur. In zekere zin is deze boete niet algemeen geldend, althans niet op dezelfde manier als de algemeen geldende boetes uit Afdeling 1 van Hoofdstuk VIIIA van de AWR. De boete geldt namelijk alleen voor bepaalde informatieverplichtingen, die bij AMvB moeten zijn aangewezen. Daarbij kan het niet nakomen van die aangewezen informatieverplichtingen worden aangemerkt als overtreding. Als dat is gebeurd, kan ter zake van het niet nakomen op grond van art. 10a AWR een vergrijpboete worden opgelegd, mits het niet nakomen aan opzet of grove schuld van de belasting- of inhoudingsplichtige is te wijten.
De spontane inlichtingenverplichting geldt momenteel voor een vijftal specifieke fiscale regelingen, die telkens in een AMvB zijn aangewezen. Het gaat om de suppletieaangifte omzetbelasting (art. 15 UBOB), de verklaring geen privégebruik auto en de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto (art. 12bis UBIB 2001 en art. 8 en 9 UBLB), de zogeheten Edelweiss-route in de schenk- en erfbelasting (art. 10c UB Successiewet 1956) en het terughalen van vermogen vanuit een vrijgestelde beleggingsinstelling of buitenlands beleggingslichaam naar box 3 (art. 11bis UBIB 2001).