De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/8.3.1:8.3.1 Inleiding
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/8.3.1
8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395259:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij toepassing van de regels voor de plaats van dienst van art. 58 en 59 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) is de vestigingsplaats van de afnemer eveneens van belang. De afnemer is bij deze bepalingen echter een niet-belastingplichtige. Art. 58 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) bepaalt dat langs elektronisch weg verrichte diensten zijn belast in het land waar de niet-belastingplichtige afnemer is gevestigd of zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats heeft als de dienstverrichter zijn zetel van bedrijfsuitoefening buiten de Unie heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de dienst wordt verricht of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de Unie heeft. Met ingang van 1 januari 2015 zal deze regeling ook gelden voor diensten verricht door binnen de Europese Unie gevestigde dienstverrichters. De regeling zal vanaf die datum ook gelden voor telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten. Art. 59 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) bepaalt dat de in deze bepaling genoemde diensten belast zijn in het land van de niet-belastingplichtige afnemer wanneer hij buiten de Unie is gevestigd of zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats buiten de Unie heeft. Wat direct op valt is dat de vier vestigingsplaatsvormen – zetel van bedrijfsuitoefening, vaste inrichting, woonplaats en gebruikelijke verblijfplaats – niet afzonderlijk worden genoemd. Er wordt gesproken van ‘is gevestigd’ en ‘zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats’. Dit doet de vraag rijzen welke vestigingsplaatsvormen voor niet-belastingplichtigen gelden. In paragraaf 8.3.2 zal daarom allereerst worden ingegaan op deze vraag. Vervolgens zal aan de hand van de conclusie uit deze paragraaf worden ingegaan op de relevante vestigingsplaatsvormen. Dat zijn in elk geval een hoofdvestiging, die al dan niet moet worden aangeduid als zetel van bedrijfsuitoefening (paragraaf 8.3.4) en de woon- of gebruikelijke verblijfplaats (paragraaf 8.3.3). Grote afwezige in art. 58 en 59 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) is de vestigingsplaatsvorm vaste inrichting. Het lijkt erop dat een niet-belastingplichtige dus geen secundaire vestiging kan hebben in de vorm van een vaste inrichting waaraan prestaties kunnen worden toegerekend. In paragraaf 8.3.5 zal aandacht worden besteed aan de vraag of dat inderdaad het geval zou moeten zijn. Naast art. 58 en 59 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) is de vestigingsplaats van de niet-belastingplichtige afnemer eveneens van belang bij toepassing van art. 44 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010). Art. 43 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) stelt een niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor de btw is geïdentificeerd gelijk met een belastingplichtige voor toepassing van de regels voor de plaats van dienst. Aangenomen moet worden dat de invulling van de vestigingsplaatsvormen niet anders is voor een voor de btw geïdentificeerde niet-belastingplichtige rechtspersoon dan voor een niet voor de btw geïdentificeerde niet-belastingplichtige rechtspersoon.