NJB 2026/771
Beslagbeklag: als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een art. 552a Sv-klaagschrift constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een art. 552b Sv-klaagschrift. Als dat gerecht – gelet op art. 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht.
HR 31-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:498
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/01759
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:498, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:161, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑02‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑07‑2025
- Wetingang
Essentie
Beslagbeklag: als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een art. 552a Sv-klaagschrift constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een art. 552b Sv-klaagschrift. Als dat gerecht – gelet op art. 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht.
Uitspraak
Inleiding
Bij een op 31 maart 2025 op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.