Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/11.2.3
11.2.3 Binding tijdelijke functionarissen aan aandeelhoudersovereenkomsten
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368543:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam (OK) 16 oktober 2007, ARO 2007, 166 (e-Traction).
Vgl. echter par. 11.3.3.
Zie par. 4.3.1.3 en 4.5.2.2.
Art. 6:251 lid 1 BW.
Art. 6:251 lid 2 BW.
Zie par. 4.3.1.3 en 4.5.2.2.
Hof Amsterdam (OK) 30 oktober 2013, JOR 2013/337 m.nt. Josephus Jitta (Novero).
Zie par. 4.2.7.5.
Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-I*, nr. 340.
Het beantwoorden van die vragen vergt een onderzoek naar het leerstuk overmacht. In het kader van dit onderzoek is er voor gekozen dit niet verder uit te werken.
Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-I*, 362 e.v.
Verwezen zij naar par. 4.2.7.4, 4.2.7.5, 4.3.1.3 en 4.5.2.2 waarin de rol van aandeelhoudersovereenkomsten in de deelrechtsorde werd uitgelegd. Dergelijke overeenkomsten beïnvloeden het gedrag van de vennootschap. In een (aandeelhouders)overeenkomst kan bijvoorbeeld zijn vastgelegd dat partijen het ertoe zullen leiden dat een aandeelhouder de inhoud van bepaalde besluiten kan bepalen, of dat bepaalde besluiten niet tegen de zin van een aandeelhouder worden genomen.
De vraag doet zich voor in hoeverre de tijdelijke aanstelling van een bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen de nakoming van een dergelijke overeenkomst belemmert.
Eerst wordt de positie van tijdelijke bestuurders bezien. In een e-Traction-beschikking1 van de ondernemingskamer overwoog zij dat het de tijdelijke bestuurder vrij staat om naar eigen inzicht en goeddunken al of niet rekening te houden met het in de aandeelhoudersovereenkomst bepaalde. Zelf zou ik dat zo willen formuleren. Tijdelijke bestuurders zijn zelf geen partij bij de aandeelhouderovereenkomst, al was het maar omdat zij nog niet in functie waren toen deze werd aangegaan. Dat betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat tijdelijke bestuurders dergelijke overeenkomsten geheel kunnen negeren. Hun taak is namelijk om de vennootschap te besturen en in dat kader zullen zij er in beginsel voor moeten zorgen dat de vennootschap haar contractuele verplichtingen nakomt. Als de vennootschap dus partij is bij de aandeelhoudersovereenkomst, zal de tijdelijke bestuurder daarmee in beginsel rekening moeten houden bij het besturen van de vennootschap. Dat hoeft echter niet (per se) indien het in de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat nakoming van de desbetreffende overeenkomst wordt verlangd of er een andere manier is om onder de overeenkomst uit te komen, bijvoorbeeld door opschorting of ontbinding in geval van wanprestatie, of door vernietiging indien de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van bedrog, dwaling, of misbruik van omstandigheden.2 Indien de vennootschap geen partij is, bindt deze overeenkomst de vennootschap louter voor zover deze inkleuring geeft aan de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW.3 Voor tijdelijke commissarissen geldt dit mutatis mutandis.
Dan de vraag wat een tijdelijke beheerder zich moet aantrekken van een aandeelhoudersovereenkomst waarbij de oorspronkelijke aandeelhouder of de vennootschap partij is. Enerzijds geldt dat de beheerder geen partij is bij deze overeenkomst. Aandelenoverdracht ten titel van beheer voldoet niet aan de voorwaarden voor contractsovername,4 noch is een aandeelhoudersovereenkomst een afhankelijk recht5 dat bij overgang van de aandelen van rechtswege mee overgaat,6 noch is sprake van overgang van een kwalitatieve verbintenis7 (en daar tegenoverstaande plichten8) omdat de getroffen aandeelhouder belang houdt bij zijn positie onder de aandeelhoudersovereenkomst. Anderzijds dient de tijdelijke beheerder de redelijkheid en billijkheid in acht te nemen die mede kan worden ingekleurd door een aandeelhoudersovereenkomst.9 Daarbij speelt ook dat de tijdelijke beheerder bij de uitoefening van zijn bevoegdheden moet waken voor de belangen van de vennootschap en de oorspronkelijke aandeelhouder (gemeten naar objectieve maatstaven).10 Tot die belangen lijkt te behoren dat de verplichtingen van de vennootschap en oorspronkelijke aandeelhouder uit hoofde van de aandeelhoudersovereenkomst worden nagekomen, zij het dat dit niet de enige factor is waarmee de tijdelijke beheerder rekening dient te houden – andere belangen van de vennootschap kunnen zich immers tegen nakoming verzetten – en is deze factor ook niet noodzakelijkerwijs doorslaggevend.11
Het bovenstaande betekent dat met name tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer er in voorkomende gevallen toe kan leiden dat een aandeelhoudersovereenkomst niet wordt nagekomen. Het is de vraag of in die gevallen het niet nakomen van de overeenkomst kan worden gesauveerd met een beroep op overmacht.12 Daarvoor is bepalend of de tekortkoming in de nakoming is ontstaan door schuld van de tekortschietende partij, of voor zijn risico komt.13 Anders gezegd: of de niet-nakoming krachtens schuld, wet, rechtshandeling of verkeersopvattingen voor rekening van de tekortschietende partij komt. Daarbij speelt ook een rol of de tijdelijke beheerder kan worden gezien als een hulppersoon waarvan de handelingen worden toegerekend aan de oorspronkelijke aandeelhouder of de vennootschap.14 Mij is geen rechtspraak of literatuur over deze vragen bekend.15 Daarnaast kan ook de desbetreffende overeenkomst een rol spelen. Daarin kan immers zijn vastgelegd voor wiens rekening en risico de niet-nakoming van de daarin vastgelegde verplichtingen ligt.16