FED 2025/105
Geen inhoudingsvrijstelling door misbruik van Unierecht bij kunstmatige onderdelen binnen een verder zakelijke structuur; toepassing Nordcurrent door Hoge Raad.
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1163, m.nt. mr. K.N.C. van Buuren
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Fierstra, Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
22/02691
22/02695
- Noot
mr. K.N.C. van Buuren
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD33850:1
- Vakgebied(en)
Dividendbelasting / Inhoudingsvrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1162, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1163, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:572, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:540, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:541, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑05‑2023
- Wetingang
Essentie
Geen inhoudingsvrijstelling door misbruik van Unierecht bij kunstmatige onderdelen binnen een verder zakelijke structuur; toepassing Nordcurrent door Hoge Raad.
Samenvatting
De belanghebbende is een in België gevestigde NV die in 1991 was opgericht. In 2018 worden de aandelen in de belanghebbende gehouden door twee Belgische BVBA’s die (middellijk) worden gehouden door meerdere Belgische familieleden, waaronder een broer en zus die (middellijk) bestuurder zijn van de belanghebbende. De broer en zijn echtgenote verrichten (middellijk) managementdiensten en juridisch en administratief werk voor de belanghebbende vanuit een thuiswerkruimte, waarvoor een managementvergoeding in rekening wordt gebracht. Tevens verkent de broer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.