Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.2.4.2
8.2.4.2.4.2 Ook indien afgebakend gedeelte bedrijfsactiviteit uitsluitend vrijgestelde handelingen of belaste en vrijgestelde handelingen verricht?
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291621:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Deze term ontleen ik aan: H.W.M. van Kesteren en J.B.O. Bijl, ‘Aftrek en handelingen die buiten het bereik van de btw blijven’, WFR 2006/1379 die spreken van een ‘tussencategorie (algemene) kosten’.
In gelijke zin: K.M. Braun, Aftrek van voorbelasting in de BTW (diss.), Kluwer: Deventer 2002, p. 139. Anders: Redactie V-N, aantekening bij HvJ EG 22 februari 2001, zaak C-408/98, V-N 2001/15.26 (Abbey National I).
Zie ook: conclusie A-G Jacobs 13 april 2000, zaak C-408/98, ECLI:EU:C:2000:207, punt 42 (Abbey National I) waarin hij opmerkt: “(…) Voorzover de BTW op diensten in verband met de overgang aftrekbaar is, is dat omdat zij - wegens een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang - kan worden gerelateerd aan handelingen van het gedeelte van de onderneming waarvan de goederen worden overgedragen. Wanneer al deze handelingen belastingplichtig [lees: belast; MvdW] zijn, is zij dus volledig aftrekbaar en is geen nader onderzoek vereist. Indien de handelingen gedeeltelijk belastingplichtig [lees: belast; MvdW] en gedeeltelijk belastingvrij zijn, zal evenredig moeten worden verdeeld.”
H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/6757, p. 324, A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 253 en J. Th. Sanders, ‘Over aandelen en btw en btw over aandelen’, NTFR-B 2010/4, p. 20.
Zie bijv. J. Th. Sanders, ‘Over aandelen en btw en btw over aandelen’, NTFR-B 2010/4, p. 20.
H.W.M. van Kesteren en J.B.O. Bijl, ‘Aftrek en handelingen die buiten het bereik van de btw blijven’, WFR 2006/1379, H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/6757, p. 324, A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 253 en S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 110.
M.D.J. van der Wulp, ‘Rechtstreekse en onmiddellijke samenhang: ‘juridisch’ en economisch element’, BtwBrief 2013/94, p. 4.
Redactie V-N, aantekening bij HvJ EG 22 februari 2001, zaak C-408/98, V-N 2001/15.26 (Abbey National I).
Vgl. Redactie V-N, aantekening bij HvJ EG 22 februari 2001, zaak C-408/98, V-N 2001/15.26 (Abbey National I).
Het Hof van Justitie heeft zich in deze zaak niet uitgelaten (en ook niet hoeven uitlaten) over de vraag of deze tussenliggende stap ook aan de orde is indien het afgebakende gedeelte van de bedrijfsactiviteit uitsluitend vrijgestelde of zowel belaste als vrijgestelde handelingen verricht. Hieruit volgt naar mijn mening niet dat de ‘tussenstap’1 beperkt zou moeten zijn tot de situatie waarin het afgebakende gedeelte van de bedrijfsactiviteit uitsluitend belaste handelingen verricht.2 De rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met de handelingen van het gedeelte van de bedrijfsactiviteit volgt immers uit de finale causaliteitstoets. Die toets houdt niet in dat moet worden nagegaan of het afgebakende gedeelte van de bedrijfsactiviteit uitsluitend belaste, uitsluitend vrijgestelde of belaste en vrijgestelde handelingen verricht, maar dat wordt nagegaan of de afgenomen goederen en diensten zijn verworven ten behoeve van (de belaste en/of vrijgestelde handelingen van) het afgebakend gedeelte van de bedrijfsactiviteit. Is dat het geval, dan is de gevolgtrekking dat sprake is van een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met het afgebakend bedrijfsgedeelte, ongeacht of het afgebakende bedrijfsgedeelte uitsluitend belaste, uitsluitend vrijgestelde of zowel belast als vrijgestelde handelingen verricht.3 Net als bij de eerste stap (zie 8.2.4.2.2.2) dient voor het vaststellen van de omvang van het recht op btw-aftrek dus een specifiekere finale causaliteitstoets (‘verwerving ten behoeve van belastbare handelingen van het afgebakend bedrijfsgedeelte’) plaats te vinden dan de finale causaliteitstoets voor het ontstaan van het recht op aftrek (‘verwerving ten behoeve van belastbare handelingen’).
Dat de tussenstap van het Abbey National I-arrest ook geldt indien het afgebakend gedeelte van de bedrijfsactiviteit uitsluitend vrijgestelde handelingen verricht, is een opvatting die in de literatuur stilzwijgend wordt aangenomen.4 De vraag of de tussenstap ook aan de orde kan zijn bij een afgebakend bedrijfsgedeelte dat zowel belaste als vrijgestelde handelingen verricht wordt verschillend beantwoord. Degenen die deze toerekeningsmogelijkheid afwijzen wijzen meestal – soms wordt deze toerekeningsmogelijkheid stilzwijgend ontkend5 – op de splitsingsregels.6 Op grond van die regels geldt als uitgangspunt dat de pro rata-aftrek wordt berekend op basis van alle belaste en vrijgestelde handelingen (dus de gehele bedrijfsactiviteit) van een belastingplichtige. Hierop bestaat een uitzondering indien een lidstaat gebruikgemaakt heeft van de mogelijkheid om het pro rata per sector van de bedrijfsuitoefening vast te stellen, de sectormethode (zie paragraaf 8.3). Naar mijn mening wordt met dit argument het paard achter de wagen gespannen. Het gaat in het Abbey National I-arrest om de toerekening van kosten aan de uitgaande handelingen van een belastingplichtige. Het is de toerekening van kosten aan de uitgaande handeling(en) van de belastingplichtige die bepaalt of de btw gesplitst moet worden in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel en niet andersom.7 Bovendien impliceert het bestaan van de sectormethode naar mijn mening dat kosten rechtstreeks en onmiddellijk samen kunnen hangen met een afgebakend bedrijfsgedeelte dat zowel belaste als vrijgestelde handelingen verricht (zie paragraaf 8.3.2).8 Ik acht het ook niet wenselijk dat in een situatie als het Abbey National I-arrest wel sprake zou kunnen zijn van een rechtstreeks en onmiddellijk samenhang met de verhuuractiviteit van SMA indien de verhuur van onroerende goederen uitsluitend belast of uitsluitend vrijgesteld is, maar niet indien de(zelfde) verhuuractiviteit zou bestaan in zowel belaste als vrijgestelde verhuur van onroerend goed.9 Een verschillende ‘toerekeningsbehandeling’ van deze soortgelijke situaties is naar mijn mening in strijd met de concurrentieneutraliteit.