Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/2.1
2.1 Aandelen
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS370593:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitvoerige behandeling van het aandeel, het aandeelhouderschap en de rechtsbetrekking tussen de aandeelhouder en de vennootschap: Kemp 2015, Hoofdstuk 4, p. 127- 165.
Zie Kamerstukken II 2008/09, 31058, 6, p. 46-47.
Zie ook Kemp 2015, p. 129-131.
Een definitie van maatschappelijk kapitaal geeft de wet niet. Ik zou dit voor de NV en de BV willen definiëren als het statutair bepaalde maximum kapitaal dat in aandelen kan worden uitgegeven zonder wijziging van de statuten.
Zie bijvoorbeeld Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/215. Zie uitgebreid met nadere verwijzingen Kemp 2015, p. 132-135. Anders: Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/ 131, voetnoot 2. Dat er sprake zou zijn van een lidmaatschapsverhouding noemt Dortmond achterhaald. Ik denk dat in algemene zin kan worden gezegd dat door de implementatie van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, het karakter van het aandeelhouderschap verder verschoven is van associatief karakter in de richting van een contractueel karakter.
Aldus ook Kemp 2015, p. 133.
Behoudens de mogelijkheid van opschorting van het stemrecht.
Dit standpunt wordt door sommigen als achterhaald beschouwd, zie ook noot 7. De relatie tussen aandeelhouder en vennootschap dient naar mijn mening ook grotendeels als vermogensrechtelijk te worden gezien.
Zie ook hierna onder 7.3.
Aldus ook Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/166.
Met de ‘Kempen-route’ wordt wel een fiscaal aantrekkelijke wijze van uitkering van reserves aan aandeelhouders aangeduid, zonder dat van inkoop gebruik wordt gemaakt. Er worden daarbij aandelen ten laste van winst of een vrij uitkeerbare reserve uitgegeven aan bestaande aandeelhouders, ofwel de nominale waarde van aandelen werd verhoogd. Tevens worden aandelen samengevoegd (bijvoorbeeld negen aandelen in acht stukken, zoals bij ASML in 2007, zie hierover bijvoorbeeld Haenen 2007) om de beurskoers op peil te houden. Aandeelhouders die geen door de samenvoegingsfactor deelbaar aantal aandelen houden, kunnen voor hun restbelang onderaandelen verkrijgen. Zie artikel 3 lid 1 sub d Wet op de dividendbelasting 1965.
Zie over fracties van aandelen Dortmond 2000b, p. 371.
Zo administreert een beleggersgiro zogenaamde ‘fracties van aandelen’ ten behoeve van haar beleggers. Het betreft hier echter een interne administratie van de beleggersgiro van de gerechtigden voor wie zij de aandelen houdt en dit ziet derhalve niet op het aandeelhouderschap zelf.
Zie hierover Dortmond 2000b, p. 371, Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/166 en Schoonbrood & Van Olffen 2011, p. 104-111.
Wet van 28 oktober 2010 tot wijziging van de Wet giraal effectenverkeer houdende uitbreiding van de bescherming aan cliënten van intermediairs inzake financiële instrumenten en het bewerkstelligen van een verdergaande vorm van dematerialisatie van effecten (Stb. 2010, 771).
De regeling van de NV spreekt in artikel 2:92 lid 3 BW slechts van ‘soort’. De regeling voor de BV spreekt in artikel 2:201 lid 3 BW van ‘soort of aanduiding’.
Op grond van artikel 2:105 lid 6 BW en 2:216 lid 6 BW kunnen de statuten het recht op uitkeringen differentiëren. De regeling voor de NV in artikel 2:105 BW spreekt van ‘winst’ (behoudens lid 4 dat spreekt over ‘tussentijdse uitkeringen’). De regeling voor de BV spreekt in artikel 2:216 BW in meer algemene zin over ‘uitkeringen’.
Dit kan bijvoorbeeld worden vormgegeven door bepaalde besluiten te onderwerpen aan de goedkeuring van de vergadering van houders van winstrechtloze aandelen.
Kamerstukken II 2006/07, 31058, 3, p. 37 en p. 42.
Zie artikel 2:242 lid 1 BW. Dat recht kan dan weliswaar slechts toekomen aan de vergadering van houders van aandelen van een bijzondere aanduiding, door deze vergadering te laten bestaan uit slechts één aandeelhouder komt aan deze aandeelhouder het benoemingsrecht toe.
Zie artikel 2:216 lid 7 BW respectievelijk 2:228 lid 5 BW.
Zie Bosse 2014. Zie ook Koster 2013.
Zie artikel 4.7 lid 2 van de Wet Inkomstenbelasting 2001: ‘Aandelen in een vennootschap en de aandelen in die vennootschap die zich daarvan onderscheiden uitsluitend doordat aan die aandelen een benoemingsrecht, het recht de naam van de vennootschap te mogen bepalen of een met die rechten vergelijkbaar recht is verbonden, of doordat ter zake van die aandelen een bijzondere aanbiedingsregeling of een daarmee vergelijkbare regeling geldt, worden beschouwd als behorende tot één soort.’ Zie ook Kamerstukken II 2010/11, 32426, 7, p. 11.
Artikel 2:87b BW voor de NV en artikel 2:192 lid 1 sub b BW voor de BV.
Artikel 2:87a BW voor de NV en artikel 2:192 lid 1 sub c BW voor de BV.
Ik zal deze term in het vervolg hanteren.
Zie hierover ook onder 4.1 en verder.
Conversie is ook geen wettelijk begrip. Wel komt op een aantal plaatsen in de wet de term ‘omzetting’ voor, zoals in artikel 2:67a/178a BW en 121a/231a BW. In deze gevallen gaat het om de wijziging van de nominale waarden van aandelen.
Dit is geen limitatieve opsomming. Zie over de toepassingen van conversie bijvoorbeeld Zaman 1995, p. 16-17, Van Olffen 1997, p. 49-52 en Norbruis 1993, p. 145-157.
Het kapitaal van een vennootschap is verdeeld in aandelen.1 Voor de NV definieert de wet aandelen als de gedeelten, waarin het maatschappelijk kapitaal is verdeeld (2:79 lid 1 BW). Voor aandelen in de BV geeft de wet (2:190 BW) een negatieve definitie2 en wordt omschreven wat aandelen niet zijn: rechten die stemrecht noch aanspraak op uitkering van winst of reserves omvatten, worden niet als aandeel aangemerkt. Deze negatieve omschrijving is opvallend. Het maatschappelijk kapitaal kan, maar hoeft bij een BV niet in de statuten te worden opgenomen. Dat rechtvaardigt het verschil in definitie echter niet. Meer voor de hand zou hebben gelegen dat BV-aandelen zouden worden gedefinieerd als de gedeelten waaruit het kapitaal van de vennootschap volgens de statuten kan bestaan.3
Voor de NV schrijft de wet voor dat de statuten het maatschappelijk kapitaal4 dienen te vermelden, evenals het bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma (2:67 lid 1 BW) tenzij de vennootschap voor 1 januari 2002 is opgericht, in welk geval de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden mogen vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma (2:67 lid 5 BW). Als er verschillende soorten aandelen zijn vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort. Het gestorte deel van het geplaatste kapitaal van de NV dient ten minste € 45.000 te bedragen (2:67 lid 3 BW).
Voor de BV schrijft de wet voor dat de statuten het nominale bedrag van de aandelen dienen te vermelden. Zijn er aandelen van verschillende soort, dan vermelden de statuten het nominale bedrag van elke soort. Als de statuten bepalen dat er een maatschappelijk kapitaal is, wordt het bedrag daarvan vermeld. Het bedrag van het maatschappelijke en het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan, alsmede het nominale bedrag van de aandelen kunnen luiden in een vreemde geldeenheid. Een vennootschap die is ontstaan voor 1 januari 2002 kan deze bedragen in gulden vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma (2:178 BW). Anders dan de NV kan de BV dus aandelen in een vreemde geldeenheid hebben, met dien verstande dat alle soorten aandelen een nominale waarde in dezelfde geldeenheid moeten hebben, en is er geen minimum coupure. Voorts kent de BV geen minimum geplaatst kapitaal en geen minimum gestort kapitaal (2:191 lid 1 BW).
Een aandeel behelst rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn en die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen (3:6 BW). Een aandeel is derhalve een vermogensrecht en daarmee een goed (3:1 BW). Het is echter geen op zichzelf staand goed. Door de gerechtigdheid tot het aandeel staat de aandeelhouder in relatie tot de vennootschap en haar organen. Het aandeelhouderschap is een rechtsverhouding van eigen aard en wordt wel geduid als een lidmaatschapsverhouding.5 Deze lidmaatschapsverhouding is niet gelijk aan die van een lid van een vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij of coöperatie. Deze omschrijving dient vooral om aan te geven dat de relatie tussen aandeelhouder en vennootschap niet, althans niet louter verbintenisrechtelijk van karakter is.6 Aan een aandeel is altijd vergaderrecht in de algemene vergadering verbonden. Aan aandelen in een NV is daarnaast altijd7 stemrecht in de algemene vergadering verbonden. Dat is voor de BV het geval voor zover het geen stemrechtloze aandelen betreft. Het stemrecht kan voor zover de statuten dit toelaten ook toekomen aan beperkt gerechtigden, vruchtgebruikers en pandhouders. Hun komen deze rechten dan toe als een aan de aandeelhouder ontleend, afgeleid recht op de aandelen.
De vraag kan worden gesteld of het wezen van het aandeel vooral wordt bepaald door zijn vermogensrechtelijke component of meer door de ‘lidmaatschapsverhouding’ die het aandeel behelst. De relatie tussen de houder van een aandeel op naam en de vennootschap, die op onderdelen zoals betoogd in zekere zin als lidmaatschapsverhouding kan worden gezien8, ontstaat pas werkelijk als de vennootschap de overdracht van aandelen erkent of deze haar bekend wordt, al dan niet door betekening. Tot dat moment is de aandeelhouder voor de vennootschap een onbekende (2:86a/196a BW). De aandeelhoudersrechten, zoals het recht op uitkeringen en vergaderrechten, kunnen pas na erkenning door, of betekening aan de vennootschap worden uitgeoefend. Dit geldt in wezen evenzeer ten aanzien van aandelen aan toonder in de NV. Pas op het moment dat de aandeelhouder zich bekend maakt, ofwel door registratie of door aanmelding (2:117-117b BW). De aandeelhouder heeft het in de hand om op het moment dat hij kiest, de aan het aandeel verbonden aandeelhoudersrechten te activeren, tenzij de vennootschap de overdracht eigener beweging erkent (2:86a/196a BW). Het aandeel is echter altijd een vermogensrecht, ongeacht of de aandeelhoudersrechten ten opzichte van een bepaalde aandeelhouder zijn geactiveerd. Het aandeel is ook zonder erkenning overdraagbaar en heeft ook dan een waarde. Het aandeel wordt altijd door het vermogensrecht beheerst, ook al kunnen de aandeelhoudersrechten nog niet worden uitgeoefend. Ik meen daarom dat een aandeel in eerste instantie een vermogensrecht is waaraan een relatie tot de vennootschap en de bij haar organisatie betrokkenen is verbonden. Die relatie, hoewel hierboven als een vorm van lidmaatschap aangeduid, valt op haar beurt deels te splitsen in goederenrechtelijke als verbintenisrechtelijke componenten; het aandeel behelst rechten jegens de vennootschap op winst, andere uitkeringen en latente rechten op voor uitkering vatbare reserves van de vennootschap, een en ander als door de statuten van de vennootschap en de wet bepaald. Zodra een uitkering betaalbaar is gesteld heeft de aandeelhouder een directe vordering jegens de aandeelhouder. Het aandeel als samenstel van al die rechten vertegenwoordigt een waarde. Het aandeel als vermogensrecht wordt echter wel mede bepaald door de daaraan verbonden rechten met lidmaatschapskarakter, zoals stemrecht. Een aandeel zal een grotere waarde kunnen hebben naarmate daar meer zeggenschap aan is verbonden. Dat neemt naar ik meen het primaat van de vermogensrechtelijke component niet weg. Uiteindelijk vertegenwoordigt het aandeel een waarde die te gelde kan worden gemaakt door overdracht van het aandeel. Dit is niet principieel anders ten aanzien van aandelen waaraan bijzondere zeggenschap is verbonden, zoals prioriteitsaandelen. Aan een zodanig aandeel zijn mogelijk op grond van de statuten bepaalde goedkeuringsrechten verbonden en de waarde kan statutair zijn vastgesteld op de nominale waarde van het aandeel maar aan het principe doet dat niet af: ook een prioriteitsaandeel kan worden overgedragen zonder tussenkomst van de vennootschap en heeft van meet af aan een waarde.
Het bovenstaande lijkt vooral theoretisch maar heeft ook juridische consequenties. Op grond van het vorenstaande meen ik dat in zijn algemeenheid kan worden gezegd dat een aandeel een vermogensrecht is en dat aldus het vermogensrecht op een aandeel van toepassing is, tenzij de bijzondere aard van het aandeel zich daartegen verzet. Zo kan een aandeel worden overgedragen en bezwaard. Het aandeel kan ook onderwerp van een gemeenschap met meerdere gerechtigden zijn. Samenvoeging of splitsing van aandelen is mogelijk, al vraagt dit statutenwijziging of een statutaire conversieregeling. Door het samenvoegen van aandelen van verschillende aandeelhouders ontstaat op grond van, en door de toepasselijkheid van het vermogensrecht een gemeenschap.9
Het NV-recht kent, anders dan het BV-recht, naast aandelen nog onderaandelen. Artikel 2:79 lid 2 BW definieert onderaandelen als de onderdelen, waarin de aandelen krachtens de statuten zijn of kunnen worden gesplitst. Een onderaandeel geeft niet het recht de algemene vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en stemrecht uit te oefenen. Deze rechten komen de houder van onderaandelen slechts toe voor zover hij zoveel onderaandelen houdt als overeenkomen met een aandeel.10 Onderaandelen zijn geen alledaags verschijnsel, al nam door toepassing van de zogenaamde ‘Kempen-route’11 het aantal vennootschappen dat onderaandelen kent toe. Van onderaandelen dienen te worden onderscheiden zogenaamde ‘fracties van aandelen’.12 Dit is geen wettelijke term. Met het begrip ‘fractie’ wordt meestal een gerechtigdheid tot een deel van een aandeel bedoeld. Dit kan een economische gerechtigdheid zijn13 of een gerechtigdheid tot een gemeenschap waartoe een aandeel behoort. Een fractie van een aandeel is in civielrechtelijke zin onbestaanbaar. Er is een aandeel of geen aandeel en er kan weliswaar een gerechtigdheid zijn tot een deel van een aandeel maar deze deelgerechtigdheid dient uiteindelijk tot een of meer (hele) aandelen te kunnen worden herleid. Wel voorziet de wet in de vergoeding in contanten voor verloren rekenkundige fracties van aandelen bij euroconversie (2:67b/178b BW), fusie (2:325 lid 2 BW) en splitsing (2:334x lid 2 BW). Op grond van deze bepalingen bestaan de aandelenfracties niet werkelijk maar dienen zij slechts als rekenkundige basis op grond waarvan de financiële compensatie kan worden bepaald.14 Met de wijziging van de Wet giraal effectenverkeer (hierna: Wge) die in 2011 in werking is getreden15 werden ook fracties van aandelen onder het systeem van de Wge gebracht. Hier kan in beginsel ook in worden gehandeld. Echter, effecten in de zin van de Wge zijn geen aandelen in de zin van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De onderliggende aandelen zijn niet gefractioneerd. Zie daarover ook hoofdstuk 8.
In beginsel zijn aan aandelen, in verhouding tot hun bedrag, gelijke rechten en verplichtingen verbonden (2:92/201 lid 1 BW). De vennootschap moet aandeelhouders en certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden, op dezelfde wijze behandelen (2:92/101 lid 2 BW). De statuten kunnen echter bepalen dat aan aandelen van een bepaalde soort of aanduiding16 bijzondere rechten als in de statuten omschreven inzake de zeggenschap zijn verbonden. Ook kunnen in de statuten aan aandelen verschillende winst- en/of uitkeringsrechten zijn verbonden.17 Aan het aandeelhouderschap kunnen voorts bepaalde eisen worden gesteld en aan het houden van aandelen in een BV kunnen verplichtingen zijn verbonden. Waar statuten onderscheid maken in rechten en verplichtingen per soort leidt dit vaak tot aanduidingen als ‘preferente aandelen’ (aandelen met een preferent winstrecht of preferentie tot andere uitkeringen), cumulatief preferente aandelen (doorgaans aandelen met een cumulerend preferent winstrecht), prioriteitsaandelen (aandelen waaraan een bepaalde zeggenschap is verbonden), en bij de BV stemrechtloze of winstrechtloze aandelen. Die namen geven meestal niet meer dan een indicatie van de bijzonderheid van de betreffende aandelen. Om het ware karakter van deze aandelen te kennen moeten de statuten worden geraadpleegd. Zo kunnen preferente aandelen ook een prioriteitskarakter hebben en stemrechtloze aandelen, hoe vreemd het ook mag klinken, eveneens.18
De wet spreekt van ‘aandelen van een bijzonder soort’ als het om een NV gaat (2:78a BW) en van ‘aandelen van een bepaalde soort of aanduiding’ als het om een BV gaat (2:189a BW). Door de diversificatie van aan bepaalde aandelen verbonden rechten en/ of verplichtingen ontstaan aandelen van verschillende soorten. Niet duidelijk is wat bij de BV het principiële onderscheid is tussen aandelen van een bepaalde soort en aandelen van een bepaalde aanduiding. Wat daaronder dient te worden verstaan vermeldt de wet niet. De wetgever19 heeft voor de BV de mogelijkheid willen openen dat op grond van de statuten aan houders van aandelen met een bepaalde aanduiding, zoals een nummer, bepaalde rechten toekomen, zonder dat er een aparte soort aandelen (bijvoorbeeld een letterklasse) in het kapitaal behoeft te worden geschapen. Het is daardoor mogelijk om bij één soort aandelen, bijvoorbeeld gewone aandelen, bepaalde aandelen door middel van een nummering een bepaald recht te geven, zoals een bijzonder winstrecht of het recht tot benoeming van een bestuurder.20 Aandelen met een bepaalde aanduiding kunnen ook door hun aanduiding van bepaalde rechten worden uitgezonderd en aldus winstrechtloze of stemrechtloze aandelen zijn21 en de rechten welke in veel gevallen worden verbonden aan een prioriteitsaandeel kunnen in statuten ook worden toegekend aan een aandeel van een bepaalde aanduiding (2:201 lid 3 BW).22 In fiscale zin worden overigens afwijkende criteria aangehouden.23 Met het diversifiëren ten aanzien van aandelen met een bepaalde aanduiding worden echter eigenlijk aandelen van een bijzondere soort geschapen doordat aan die aandelen andere rechten en/of verplichtingen zijn verbonden dan aan de andere aandelen, zonder echter dat de statuten spreken van aandelen van een bijzondere soort.
De aan aandelen verbonden rechten zijn te onderscheiden in financieel-economische rechten (zoals winstrecht, recht op reserves, voorkeursrecht bij uitgifte, recht op liquidatie-uitkering) en in zeggenschapsrechten (zoals stemrecht, vergaderrecht, het recht besluiten te nemen, besluiten goed te keuren of bestuurders voor te dragen dan wel te benoemen). Het onderscheiden van diverse soorten verplichtingen is complexer gezien de diversiteit daarvan. Een onderscheid is denkbaar in financiële verplichtingen (zoals de verplichting tot storting op aandelen), verplichtingen van vennootschappelijke aard (het handelen met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid), de verplichting tot het voldoen aan kwaliteitseisen24 en de verplichting tot aanbieding in bepaalde in de statuten omschreven gevallen.25 Voor de BV zouden daaraan kunnen worden toegevoegd verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard die aan het aandeelhouderschap zijn verbonden (2:192 lid 1 sub a BW). Omzetting van aandelen in aandelen waaraan andere rechten en/of verplichtingen zijn verbonden, dus in aandelen van een andere soort of aanduiding, wordt ook wel conversie genoemd.26
Is om te kunnen spreken van conversie nodig dat aan de om te zetten aandelen na conversie andere rechten of verplichtingen zijn verbonden, of volstaat dat die andere rechten of verplichtingen aan die aandelen kunnen worden verbonden? Hierbij kan gedacht worden aan een besluit van een orgaan waardoor deze rechten of verplichtingen intreden of aan een handeling van de houder van het betreffende aandeel, al naargelang de statutaire regeling. Ik meen dat volstaat dat aan de betreffende aandelen andere rechten kunnen worden verbonden. Dat feit immers brengt al met zich dat aan die aandelen andere rechten of verplichtingen zijn verbonden.27
Conversie is niet in de wet geregeld28 maar komt in de praktijk vaak voor. Zo kunnen preferente aandelen soms onder voorwaarden in gewone aandelen worden omgezet en zien we conversie bij werknemersparticipaties, bij bedrijfsopvolging of bij herstructureringen van aandeelhoudersbelangen in het algemeen.29