De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.2.2:5.2.2 De gevolgen voor een overeenkomst van wisselingen in het vennotenbestand
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.2.2
5.2.2 De gevolgen voor een overeenkomst van wisselingen in het vennotenbestand
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385845:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Ploeg stelde dat het de regel is dat de afzonderlijke vennoten partij zijn, ook al staat de overeenkomst op naam van de VOF. Deze opvatting dateert echter wel van 1973. Zie Van der Ploeg Sr. 1973, p. 95.
Van der Ploeg 1984, p. 175-176.
HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981/635, m.nt. C.J.H. Brunner (Ermes/Haviltex).
HR 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2651, NJ 2005/239 (Diosynth/Groot).
Stokkermans 2012.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als wordt afgesproken dat de vennoten in privé partij zijn, dus niet in hun hoedanigheid van vennoot, dan blijft een vennoot na zijn uittreden in beginsel partij. De hoedanigheid van vennoot was immers blijkbaar geen voorwaarde voor het partij-zijn. Een opvolgende of toetredende vennoot wordt geen partij, tenzij de figuur van contractsoverneming wordt gehanteerd of hij toetreedt tot de overeenkomst.1
Is daarentegen de VOF, dus de gezamenlijke vennoten in hoedanigheid, partij bij een overeenkomst met een derde, dan is het nog maar de vraag of wisselingen in het vennotenbestand gevolgen hebben voor het (ongewijzigd) voortbestaan en voor de inhoud van die overeenkomst. Men moet zich dan afvragen of de overeenkomst is gesloten met de VOF a) uitsluitend in haar vennotensamenstelling ten tijde van het sluiten van de overeenkomst of b) in haar vennotensamenstelling van nu en later.2 Of van variant a) of b) sprake is, is afhankelijk van hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst hebben beoogd,3 mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven.4 Relevant bij de beoordeling daarvan kan zijn dat iemand die handelt met een VOF kan weten dat de samenstelling van vennoten kan wijzigen. Het uitgangspunt behoort mijns inziens te zijn dat kan worden aangenomen dat de wederpartij geen bezwaar heeft tegen wisselingen in het vennotenbestand. De wederpartij die geen andere dan de haar bekende vennoten tegenover zich wil zien, kan daarover nadere afspraken maken met de vennoten, bijvoorbeeld door het overeenkomen van een‘change of control’-bepaling.5
Voor de optie onder a) zal bijvoorbeeld worden gekozen als de persoon van (een van) de vennoten van bijzonder belang is voor de wederpartij, bijvoorbeeld omdat de huidige vennoten over bepaalde vaardigheden en diploma’s beschikken of wegens de persoonlijke relatie met vennoten. De gevolgen van wisselingen in het vennotenbestand moeten worden bezien in het licht van de specifieke omstandigheden van het geval. Mogelijk hebben partijen afgesproken dat uittredingen een ontbindingsgrond opleveren, al dan niet met een vergoeding aan de wederpartij, of een grond om de voorwaarden te wijzigen. Wisselingen in het vennotenbestand kunnen wanprestatie opleveren als door de wisseling de overeenkomst niet wordt nagekomen onder de overeengekomen voorwaarden of door de beoogde personen.
In het geval onder b) zijn de vennoten vervangbaar en hebben wisselingen in het vennotenbestand mijns inziens in beginsel geen invloed op het bestaan en de inhoud van de overeenkomst met een derde. Een toetreder kan de overeenkomst namens de VOF uitvoeren en een uittreder kan dit niet langer. Zijn uittreden ontslaat hem overigens niet van aansprakelijkheid, waarover hierna in paragraaf 3 meer. Stokkermans heeft in dit verband de term ‘wisselvertegenwoordiging’ geïntroduceerd. Hij duidt hiermee de figuur aan waarbij wordt gehandeld namens de VOF in de zin van degenen die van tijd tot tijd vennoten zijn: de zittende vennoten worden bij deze figuur verbonden onder de ontbindende voorwaarde van hun uittreden en de toekomstige vennoten worden verbonden onder de opschortende voorwaarde van hun toetreden én de ontbindende voorwaarde van hun eventuele latere uittreden.6
Varianten op/combinaties van a) en b) zijn uiteraard ook denkbaar. Het voortbestaan van de overeenkomst is bijvoorbeeld alleen afhankelijk van de deelname van één specifieke vennoot.