Prg. 2025/18
Huurprijswijzigingsbeding woonruimte van CPI plus vijf procent is oneerlijk, aangezien huurverhoging van CPI plus maximaal drie procent is toegestaan. Alle huurverhogingen moeten worden terugbetaald.
Rb. Rotterdam 29-10-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12108
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
29 oktober 2024
- Magistraten
Mr. M. Fiege
- Zaaknummer
11252130 CV EXPL 24-19559
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994747:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huurbeleid
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Huurrecht / Huur van woonruimte
Huurrecht / Huurprijzen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2024:12108, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 29‑10‑2024
- Wetingang
Art. 6:96, 6:119, 6:231, 6:233 aanhef en onder a, 6:265, 7:201, 7:213, 7:271, 7:274 lid 1a BW; art. 237 Rv; Richtlijn 93/13/EEG
Essentie
Huurrecht. Is huurprijswijzigingsbeding dat voorziet in huurverhoging van CPI plus vijf procent oneerlijk en dus vernietigbaar?
Ja, aangezien huurverhoging van CPI plus drie procent in het algemeen gerechtvaardigd is, maar meer dan CPI plus drie procent niet.
Samenvatting
Een verhuurder van woonruimte vordert betaling van een huurachterstand. Gedaagde laat verstek gaan. De kantonrechter heeft de verhuurder gelegenheid gegeven om zich bij akte uit te laten over verschillende oneerlijke bedingen, waaronder een huurprijswijzigingsbeding.
De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een oneerlijk huurprijswijzigingsbeding. Een stijging gebaseerd op de consumentenprijsindex plus drie procent is in het algemeen gerechtvaardigd, maar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.