Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/8.1:8.1 Open normen in de wetgeving
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/8.1
8.1 Open normen in de wetgeving
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS501098:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat de toepassing van de wettekst gewoonlijk nadere invulling en interpretatie behoeft is niets bijzonders. Wetgevers zijn nu eenmaal geen goden, zoals de rechtsfilosoof Hart terecht constateerde, en kunnen dus niet bij voorbaat in de volledige normering van alle toekomstige feiten voorzien. De wetgever moet dus wel enige ruimte laten voor nadere normering, of hij wil of niet. Het meest royaal toont de wetgever zich in het geven van ruimte waar het open normen betreft. In die gevallen gaat de wetgever niet verder dan het formuleren van een algemeen beginsel om verdere invulling daarvan over te laten aan de rechtspraktijk.
De wetgever heeft hiervoor uiteenlopende argumenten, waarvan de belangrijkste zijn de wens om minder te regelen, conform het vastgestelde dereguleringsbeleid, en het streven om het recht zoveel mogelijk uitkomst te laten zijn van een dialoog tussen rechtsgenoten. Dit laatste past in het streven naar een ‘communicatieve wetgeving’, naar een ‘recht van onderop’.
Naast deze argumenten van de wetgever vóór hantering van open normen, zijn er ook tegenargumenten, waarvan het triasargument als belangrijkste wordt beschouwd. Dat argument doet zich vooral voor wanneer men open normen beschouwt als een overdracht van normerende verantwoordelijkheid van wetgever naar rechter, waardoor deze laatste de positie van plaatsvervangend wetgever dreigt in te nemen.
Een ander bezwaar is dat van de rechtsonzekerheid, waarin ook de strijd tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid relevant is.