Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.2.2.c.0
6.2.2.c.0 Inleiding
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS469957:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Majoros 1971, p. 58; Walter 1973, p. 121, noot 3, en p. 122, noot 7-8; Ostertag 1940, p. 42; Baum 1949, p. 10 (zie echter Baum 1951, p. 116). Goldbaum 1928, p. 40, lijkt zelfs materiële reciprociteit te eisen.
Zie onder meer Hoffmann 1940, p. 76; Hoffmann 1941, p. 149.
Troller 1952, p. 17.
Troller 1950, p. 277-278; Troller 1952, p. 17.
Majoros 1971, p. 57-58; Walter 1973, p. 121.
Zie par. 6.2.2 onder (b).
Dat is overigens een situatie die zich onder de vigeur van de Berner Conventie niet kan voordoen omdat de conventie zelf een bodem van eenvormig materieel auteursrecht legt (het ius conventionis).
Baum 1951, p. 116.
804. Verwarring. Terzijde volgen nog enkele opmerkingen over reciprociteit en het beginsel van nationale behandeling, omdat daarover verwarring bestaat. Zo stellen sommige auteurs het beginsel van nationale behandeling en formele reciprociteit op een lijn.1 Anderen stellen dat het beginsel van nationale behandeling niet aan enige reciprociteitstoets is onderworpen.2 De verwarring in dit debat wordt mede veroorzaakt door gebrek aan terminologische eenstemmigheid.3 Zo definieert bijvoorbeeld Troller 'formele reciprociteit' als de reciprociteitsvoorwaarde die eist dat het referentieland bescherming verleent, zonder dat aan de kwaliteit van die bescherming eisen worden gesteld.4 Die definitie zaait verwarring.5 Een formele-reciprociteitsvoorwaarde wordt immers doorgaans opgevat als — kort gezegd de voorwaarde dat het referentieland bij de toepassing van bepaalde rechtsregels vreemdelingen niet discrimineert, waarbij het materiële resultaat van de toepassing van die rechtsregels buiten beschouwing blijft.6 Het verschil met de definitie van Troller wordt duidelijk in het volgende voorbeeld. Stel dat het referentieland in het geheel geen bescherming kent.7 In het gangbare formele-reciprociteitsconcept is in dat geval aan de reciprociteitsvoorwaarde voldaan: de vreemde wet maakt immers geen onderscheid tussen nationale en vreemde elementen; beide worden op dezelfde voet niet beschermd. In Trollers formele-reciprociteitsconcept is echter niet aan de voorwaarde voldaan: de vreemde wet kent immers geen bescherming. Trollers eis dat in referentieland bescherming moet worden verleend, is dus een inhoudelijke eis. Baum merkt dan ook terecht op dat in Trollers definitie van formele reciprociteit een materieel element is binnengeslopen.8
805. In deze paragraaf worden vragen over reciprociteit in verband met het beginsel van nationale behandeling onderzocht aan de hand van het in de vorige paragraaf ontwikkelde begrippenkader.