De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.4.2:2.4.2 Interne draagplicht
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.4.2
2.4.2 Interne draagplicht
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384604:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784.
Zo ook bijv. De Groot 2003, p. 120.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Welk bedrag een vennoot volgens interne verhoudingen moet bijdragen, hangt af van hetgeen de vennootschapsovereenkomst bepaalt over zijn aandeel in (de winst en) het verlies. Regelt de overeenkomst dit niet, dan is zijn aandeel in de winst en het verlies evenredig aan zijn inbreng (art. 7A:1670 BW). De vennoot die een schuld heeft voldaan voor een groter deel dan hem aanging, kan regres nemen op de VOF en op zijn medevennoten voor maximaal het deel dat hen aangaat (art. 6:10 BW). Deze regresvordering ontstaat pas nádat de vennoot de vordering heeft voldaan voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat.1 Er kan worden afgesproken dat aan het einde van het boekjaar in één keer zal worden afgerekend.
Ook als een aangesproken vennoot de betaalde schuld intern niet volledig hoeft te dragen, kan het voor hem vervelend zijn indien hij als enige wordt aangesproken door een zaakscrediteur om een hoge vennootschappelijke schuld te voldoen. Dit kan voorkomen worden door met de wederpartij afwijkende afspraken over aansprakelijkheid te maken, maar een dergelijk sterke onderhandelingspositie heeft de VOF niet altijd. De vennoten kunnen daarom in elk geval onderling afspreken dat grote bedragen meteen afgerekend worden. Omdat het risico bestaat dat de medevennoten insolvent raken en de (vermogende) aansprakelijk gestelde vennoot de schulden alleen moet dragen, kunnen de vennoten ervoor kiezen om te participeren in de VOF met een BV. VOF-schulden kunnen (uiteraard behoudens onder andere een onrechtmatige daad van de bestuurder) dan alleen op het vermogen van de BV worden verhaald en niet ook op het privévermogen van haar bestuurder. Art. 2:11 BW vestigt hier geen aansprakelijkheid van de besturende natuurlijk persoon, omdat de BV geen bestuurder is van een rechtspersoon.2 Ook deze constructie zal echter niet altijd het gewenste resultaat hebben; de wederpartij kan bijvoorbeeld eisen dat de bestuurder van de BV-vennoot zich persoonlijk borg stelt. Gaat de BV vennoot die volledig aansprakelijk vennoot is van een VOF failliet terwijl in de drie jaren voor het faillissement niet is voldaan aan de verplichtingen op grond van art. 3:15i BW, dan heeft de bestuurder van de BV zijn taak onbehoorlijk vervuld, welke onbehoorlijke taakvervulling wordt vermoed een belangrijke oorzaak te zijn geweest van het faillissement (art. 2:248 lid 2 BW). Voor de curator is het immers lastig om, bij het ontbreken van een behoorlijke administratie, na te gaan of het reilen en zeilen bij de VOF een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement van de BV en, zo ja, of de bestuurders van die BV daarvoor verantwoordelijk zijn. De bestuurder is dan, tenzij hij bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling geen belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement, jegens de boedel van de failliete BV hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. De bestuurder is dus niet rechtstreeks aansprakelijk jegens de schuldeisers van de VOF, maar draait uiteindelijk wel voor de schulden op.