RBP 2017/34
Rechtsmiddelenverbod. Is het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op de beschikking tot het verblijven van een verpand goed aan de pandhouder als bedoeld in art. 3:251 BW?
HR 10-02-2017, ECLI:NL:HR:2017:213
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 februari 2017
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, C.E. du Perron, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
16/01025
- Conclusie
A-G mr. J.B.M.M. Wuisma
- JCDI
JCDI:ADS925982:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:213, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑02‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1169, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑11‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑02‑2016
- Wetingang
Art. 3:251, 3:268 BW
Essentie
Rechtsmiddelenverbod. Goederenrecht.
Is het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op de beschikking tot het verblijven van een verpand goed aan de pandhouder als bedoeld in art. 3:251 BW?
Samenvatting
Beheermaatschappij St. Antonius heeft aandelen in het kapitaal van Antonius verkocht aan CEREC. CEREC is een gedeelte van de koopsom verschuldigd gebleven, welk deel is omgezet in een lening. Tot zekerheid van nakoming van deze lening, is ten behoeve van Beheermaatschappij St. Antonius een pandrecht op de aandelen verstrekt. In deze procedure wenst Beheermaatschappij St. Antonius dat deze aandelen op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.